Algemeen
Algemeen


Over dunnedarmkanker
In de dunne darm vindt het grootste gedeelte van de vertering van voedingsstoffen plaats. Bij dunnedarmkanker zit er een kwaadaardige tumor (kanker) in de dunne darm.
lees meerOver dunnedarmkanker
Alles wat u eet of drinkt, komt in uw spijsverteringskanaal. Dat gaat via uw mond, uw slokdarm, uw maag en dan verder naar uw dunne darm. De dunne darm haalt de voedingsstoffen uit juw eten Bij dunnedarmkanker zit er een kwaadaardige tumor (kanker) in de dunne darm. Dunnedarmkanker is zeer zeldzaam en er zijn verschillende vormen van kanker die in de dunne darm kunnen voorkomen. Ieder jaar krijgen ongeveer 250 mensen deze diagnose. Bijna altijd gaat het om mensen die ouder zijn dan 60.
De dunne darm bestaat uit 3 delen:
- Het duodenum: het eerste gedeelte van de dunne darm, hier komt het voedsel vanuit de maag.
- Het jejunum: dit is het middelste deel van de dunne darm. Hier worden de meeste voedingsstoffen naar het bloed vervoerd.
- Het ileum: het laatste deel van de darm en het eindigt bij de overgang naar de dikke darm.
Symptomen:
De meeste mensen met dunnedarmkanker hebben last van:
- misselijkheid
- overgeven
- afvallen zonder dat duidelijk is waarom
- bloed bij uw ontlasting. Dan is de poep zwart of donkerder dan normaal omdat er bloed bij zit.
Niet iedereen met dunnedarmkanker heeft dezelfde klachten. Dat ligt aan waar de tumor precies zit. U kunt ook last krijgen van vage buikpijn, buikkramp of een opgeblazen gevoel. Of u voelt een zwelling in uw buik. Soms hebben mensen met dunnedarmkanker minder zin om te eten en voelen ze zich moe of duizelig.
Als u een of meer van deze klachten heeft, hoeft dat niet te betekenen dat u dunnedarmkanker heeft. Vaak hebben de klachten een andere oorzaak en hebben ze niets met kanker te maken.
Wanneer naar de huisarts?
Ga altijd naar de huisarts als u bloed heeft in uw ontlasting. Of als de andere klachten langer dan 2 tot 3 weken duren. De huisarts onderzoekt u om de oorzaak van de klachten op te sporen. Als het nodig is, stuurt hij of zij u door naar een specialist.
Hoe ontstaat dunnedarmkanker?
Er is geen duidelijke oorzaak van dunnedarmkanker. Wel hebben sommige mensen meer kans om dunnedarmkanker te krijgen. Dat heeft te maken met risicofactoren, zoals veel rood vlees eten, dierlijk vet en bewerkt vlees, weinig groente en fruit, roken en alcohol.
Ook heeft u bij sommige chronische ziektes meer kans op dunnedarmkanker:
- ziekte van Crohn. Een chronische ontsteking in de (dunne) darm.
- coeliakie of glutenintolerantie. Dit is een overgevoeligheid voor gluten.
- cystic fibrosis (taaislijmziekte). U heeft dan taai en dik slijm, bijvoorbeeld in de darmen.
Erfelijkheid en dunnedarmkanker
Soms speelt een erfelijke aanleg een rol bij dunnedarmkanker. Dan heb je meer kans om dunnedarmkanker te krijgen. De aanleg erf je van een van je ouders.
Een erfelijke vorm van dunnedarmkanker komt voor bij sommige andere erfelijke ziektes:
- Lynch-syndroom
- Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP)
- Atypische FAP (AFAP)
- MUTYH-geassocieerde polyposis (MAP)
- Peutz-Jeghers Syndroom
Diagnosefase
Diagnose-onderzoek
Diagnose-onderzoeken
Tijdens de diagnostische fase wordt onderzocht of u dunnedarmkanker heeft. Dunnedarmkanker wordt vaak per toeval ontdekt bijvoorbeeld tijdens een CT-scan, bij verstopping en/of bij bloedarmoede. Extra onderzoek kan nodig zijn om zeker te weten of iemand dunnedarmkanker heeft. Uw arts beslist welke onderzoeken voor uw diagnose nodig zijn.
Diagnose-onderzoeken
Bloedonderzoek
Vaak krijgt u als eerste bloedonderzoek. Zo kan de arts zien of u een ontsteking heeft in uw lichaam. Of dat u bloedarmoede heeft. Veel mensen met dunnedarmkanker hebben bloedarmoede.
naar paginaOnderzoek CT-scan met contrastmiddel via infuus
CT staat voor computer tomografie. Een CT-scan is een methode om foto's van het lichaam te maken. naar paginaUitslagfase
Uitslag
Multidisciplinaire overleg (MDO)
Iedere week komt het behandelteam samen. Zij bespreken de uitslagen van de onderzoeken die uw specialist heeft gedaan.
lees meerMultidisciplinaire overleg (MDO)
Iedere week komt het behandelteam samen. Zij bespreken de uitslagen van de onderzoeken die uw specialist heeft gedaan.
Het behandelteam bestaat uit verschillende artsen en zorgverleners, zoals: radiologen, chirurgen, oncologen, maag-darm-leverartsen (MDL-artsen), pathologen, artsen in opleiding, verpleegkundig specialisten en casemanagers/oncologieverpleegkundigen.
Op basis van de uitslagen wordt duidelijk of u darmkanker heeft of niet. Als het darmkanker is, bespreekt het team welke behandelingen mogelijk zijn.
De uitkomst van dit overleg is een advies voor een behandelplan. Soms is extra onderzoek nodig om een goed advies te kunnen geven. Bent u verwezen vanuit een ander ziekenhuis? Dan krijgt uw medisch specialist na het overleg een terugkoppeling.
U bent zelf niet bij dit overleg aanwezig. Dat komt omdat er meerdere patiënten tegelijk worden besproken en het overleg medisch inhoudelijk is. Uw eigen arts bespreekt later met u wat er is besloten.
Uitslaggesprek
Als alle uitslagen van de onderzoeken bekend zijn, krijgt u een gesprek met de arts die gespecialiseerd is in kankeroperaties (oncologisch chirurg). Dit gesprek is op de polikliniek Heelkunde.
lees meerUitslaggesprek
Als alle uitslagen van de onderzoeken bekend zijn, krijgt u een gesprek met de arts die gespecialiseerd is in kankeroperaties (oncologisch chirurg). Dit gesprek is op de polikliniek Heelkunde.
De arts bespreekt met u wat er uit de onderzoeken is gekomen. Soms zijn er nog extra onderzoeken nodig. Ook vertelt de arts welke behandelingen mogelijk zijn. Samen met de arts beslist u wat de volgende stap is. We vertellen u ook wat er in het multidisciplinair overleg (MDO) is besproken.
Bij dit gesprek is ook de casemanager aanwezig. De casemanager Heelkunde Oncologie begeleidt patiënten met kanker. De casemanager regelt uw afspraken en eventuele onderzoeken. U kunt bij de casemanager terecht met uw vragen of problemen. Na het eerste gesprek krijgt u via MijnRadboud een welkomstbericht. Daarin staat hoe u contact kunt opnemen met de casemanager.
Tijdens het uitslaggesprek kunt u ook vragen stellen. U bespreekt samen met de arts welke behandeling het beste bij u past. Het is verstandig om iemand mee te nemen naar dit gesprek. Zo kunt u samen alles goed onthouden en bespreken.
Onderzoeken na de diagnose dunnedarmkanker
Na de uitslag krijgt u meestal meer onderzoek. Dan kijkt de arts hoe groot de tumor is en of u uitzaaiingen heeft.
lees meerOnderzoeken na de diagnose dunnedarmkanker
-
Na de diagnose kunt u (opnieuw) een CT-scan krijgen. Om te kijken of u uitzaaiingen heeft.
Als dunnedarmkanker uitzaait, is dat meestal eerst naar de lymfeklieren in de buurt van de darmen. Maar de kanker kan ook verder uitzaaien, naar de lever, buikvlies of naar uw longen. Daarom krijgt u na de diagnose meestal een CT-scan van de buik en van de borstkas.
-
Het kan zijn dat u een MRI-scan krijgt bij dunnedarmkanker als de CT-scan niet duidelijk genoeg is. Met een MRI-scan ziet de arts meer.
-
Bij dunnedarmkanker krijgt u soms een PET-CT-scan. Bijvoorbeeld als de andere onderzoeken niet voldoende informatie geven. Dit is geen standaard onderzoek. Het is een gecombineerd onderzoek: u krijgt in één keer een PET-scan en een CT-scan.
Samen beslissen
Als u bij een arts bent voor een behandeling of onderzoek, komt u vaak voor een beslissing te staan. Een operatie, medicijnen, of toch liever nog even wachten? Doorbehandelen of stoppen? Meerdere opties zijn mogelijk, maar welke past het beste bij u?
naar paginaBehandelfase
Afspraken ter voorbereiding op de operatie
Voorbereiding op uw opname
Als u een operatie aan uw dunne darm krijgt, komt u daarvoor in het ziekenhuis. Ter voorbereiding krijgt u meestal een gesprek met een oncologieverpleegkundige van de afdeling Chirurgische Oncologie.
lees meerVoorbereiding op uw opname
Als u een operatie aan uw dunne darm krijgt, komt u daarvoor in het ziekenhuis. Ter voorbereiding krijgt u meestal een gesprek met een oncologieverpleegkundige van de afdeling Chirurgische Oncologie.
Voor dit gesprek krijgt u van de casemanager een folder met alle belangrijke informatie over uw opname.
U kunt kiezen:
- Een afspraak in het ziekenhuis: U neemt plaats in de groene stoelen op het poliplein Heelkunde (route 725). De verpleegkundige roept u daar op.
- Een afspraak via videobellen: U krijgt van tevoren uitleg over hoe dit werkt.
Tijdens het gesprek kunt u al uw vragen stellen. U spreekt met de verpleegkundige van de afdeling waar u wordt opgenomen. Zij bespreekt met u wat u kunt verwachten en helpt u bij onzekerheden.
Anesthesie
Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie, krijgt u verdoving (anesthesie). Soms is verdoving ook nodig bij een behandeling of onderzoek. Verdoving zorgt ervoor dat u geen pijn voelt tijdens de operatie of behandeling.
lees meerFit4surgery
Het programma Fit4Surgery helpt u om fitter te worden vóór uw operatie. Hoe beter uw conditie is, hoe groter de kans dat u goed herstelt na de operatie. Het programma bestaat uit oefeningen om sterker te worden, advies voor gezonde voeding, mentale begeleiding en hulp bij het stoppen met roken en alcohol.
lees meerBehandelingen
Operatie bij dunnedarmkanker
Bij dunnedarmkanker is een operatie vaak de belangrijkste behandeling. Tijdens de operatie haalt de chirurg de tumor en een stuk van de dunne darm weg.
lees meerOperatie bij dunnedarmkanker
Bij dunnedarmkanker is een operatie vaak de belangrijkste behandeling. Tijdens de operatie haalt de chirurg de tumor en een stuk van de dunne darm weg.
Hoe gaat de operatie
- De chirurg maakt een snee in de buik of opereert via een kijkoperatie.
- De chirurg verwijdert het stuk dunne darm met de tumor.
- Soms worden ook lymfeklieren weggehaald, om te controleren of de kanker zich heeft verspreid.
- Daarna wordt de darm weer aan elkaar gehecht.
Chemotherapie bij dunnedarmkanker
Soms krijgt u eerst chemotherapie en dan een operatie om de tumor weg te halen. Door de chemotherapie wordt de tumor kleiner en is de kans groter dat de arts de tumor helemaal kan verwijderen. Zo kunt u genezen van dunnedarmkanker.
naar paginaBehandeling Stoma
Een stoma is een kunstmatige uitgang voor ontlasting en/of urine. Een stoma moet worden aangelegd wanneer de ontlasting en/of urine het lichaam niet langs de natuurlijke weg kan verlaten. Ook kan het nodig zijn om na een darmoperatie de darm rust te geven. naar paginaComplicaties
Soms kunnen er na de operatie problemen ontstaan:
- Bloedverlies: Tijdens de operatie kunt u bloed verliezen. De chirurg probeert dit zoveel mogelijk te voorkomen.
- Wondinfectie: De wond van de operatie kan gaan ontsteken. U kunt dan last krijgen van roodheid, pijn, zwelling of koorts.
- Abces in de buik: Soms hoopt er zich pus op in de buik. Dit heet een abces. U kunt dan koorts, buikpijn en een zwelling krijgen.
- Lekkage in de darm: Bij een darmoperatie wordt de darm weer aan elkaar vastgemaakt. Soms lekt er op die plek vocht of ontlasting in de buik. Dit kan zorgen voor een ernstige ontsteking.
- Bloedstolsels (trombose of longembolie): Na de operatie heeft u meer kans op bloedprop in uw bloed (trombose). Als zo'n prop naar de longen gaat, heet dat een longembolie. Daarom is het belangrijk om snel weer te gaan bewegen. U krijgt ook spuitjes met bloedverdunners om dit te voorkomen.
- Darmen werken minder goed: Na de operatie kan uw darm tijdelijk of blijvend minder goed werken. U kunt dan last krijgen van diarree of verstopping.
Uitgezaaide dunnedarmkanker
Behandeling uitgezaaide dunnedarmkanker
Dunnedarmkanker kan uitzaaien. Dat betekent dat de kankercellen op andere plekken in het lichaam terechtkomen. Een ander woord voor uitzaaiing is metastase. Bij ongeveer 3 op de 10 mensen met dunnedarmkanker is de kanker uitgezaaid op het moment dat ze de diagnose krijgen.
lees meerBehandeling uitgezaaide dunnedarmkanker
Dunnedarmkanker kan uitzaaien. Dat betekent dat de kankercellen op andere plekken in het lichaam terechtkomen. Een ander woord voor uitzaaiing is metastase.
Uitzaaiingen van dunnedarmkanker in de lymfeklieren
In de buurt van de dunne darm zitten lymfevaten. Via deze lymfevaten kunnen kankercellen terechtkomen in de lymfeklieren die dicht bij de dunne darm liggen. Zo ontstaan uitzaaiingen in de lymfeklieren. Van daaruit kan de ziekte zich verder verspreiden naar andere plekken in het lichaam.
Dunnedarmkanker kan zich ook verspreiden via het bloed. Er kunnen dan uitzaaiingen ontstaan in andere delen van uw lichaam.
Uitzaaiingen naar de lever
Uitzaaiingen in de lever komen veel voor bij dunnedarmkanker. De meeste patiënten met uitgezaaide dunnedarmkanker hebben uitzaaiingen in de lever. U heeft dan geen leverkanker. Het zijn darmkankercellen in de lever.
lees meerUitzaaiingen naar de lever
Uitzaaiingen in de lever komen veel voor bij dunnedarmkanker. De meeste patiënten met uitgezaaide dunnedarmkanker hebben uitzaaiingen in de lever. Zijn er uitzaaiingen in de lever, dan heeft u geen leverkanker. Het zijn darmkankercellen in de lever.
Uw behandelend arts vertelt welke behandeling u kunt krijgen bij uitzaaiingen in de lever. Dat ligt bijvoorbeeld aan hoeveel uitzaaiingen er zijn en hoe groot ze zijn. Als er niet veel uitzaaiingen zijn, dan kunt u soms ablatie (met hitte worden de kankercellen vernietigd), gerichte bestraling of een operatie van een uitzaaiing krijgen.
Zijn er meer uitzaaiingen in de lever, dan kan de arts ze soms niet verwijderen. Uw behandelend arts kan dan chemotherapie voorstellen om de ziekte te remmen. Soms kunt u na de chemotherapie alsnog ablatie of een operatie van de uitzaaiingen krijgen.
Uitzaaiingen bij dunnedarmkanker op andere plekken
Dunnedarmkanker kan ook uitzaaien naar het buikvlies, longen of andere plekken in lichaam.
lees meerUitzaaiingen bij dunnedarmkanker op andere plekken
Dunnedarmkanker kan ook uitzaaien naar het buikvlies. Het buikvlies zit om de organen in de buikholte heen. Dit kan gebeuren als de tumor door de darmwand groeit en kankercellen loskomen en in de buikholte terechtkomen. De cellen kunnen op het buikvlies terechtkomen.
Door uitzaaiingen op het buikvlies ontstaat uiteindelijk vocht in de buik. Het vocht heet ook wel ascites. Door het vocht wordt de buik soms dik en kunt u pijn krijgen. Ook kan uw ontlasting veranderen.
Uw behandelend arts vertelt welke behandeling u kunt krijgen bij uitzaaiingen op het buikvlies. Dat ligt bijvoorbeeld aan hoeveel uitzaaiingen er zijn en hoe groot ze zijn. Een behandeling die soms mogelijk is bij buikvliesuitzaaiingen is de HIPEC-behandeling.
Ook uitzaaiingen van dunnedarmkanker in de longen komen voor. Zijn er uitzaaiingen in de longen, dan heeft u geen longkanker. Het zijn darmkankercellen die in één long of in beide longen terechtgekomen zijn. Uw behandelend arts vertelt welke behandeling u kunt krijgen bij uitzaaiingen in de longen. Dat ligt bijvoorbeeld aan hoeveel uitzaaiingen er zijn en hoe groot ze zijn. Bij weinig uitzaaiingen kunt u soms een operatie, ablatie (met hitte worden de kankercellen vernietigd) of gerichte bestraling van een uitzaaiing krijgen. Zijn er meer uitzaaiingen in de longen, dan kan uw behandelend arts ze meestal niet verwijderen. U krijgt dan eventueel chemotherapie om de ziekte te remmen.
Er kunnen ook uitzaaiingen op andere plekken in het lichaam zijn, dan in de lever of de longen.
Ablatie bij uitzaaiingen in de lever
Bij uitzaaiingen in uw lever kunt u soms een ablatie krijgen. Dan gebruikt de arts hitte om de kankercellen te doden.
naar paginaBestraling bij dunnedarmkanker
Bestraling is een palliatieve behandeling als u niet meer kunt genezen van dunnedarmkanker. U krijgt bijvoorbeeld bestraling als de tumor de dunne darm dichtdrukt en uw eten er niet meer door kan. Of als u pijn heeft of andere klachten door de uitzaaiingen.
Opname
Uw opname

Uw opname bij het Radboudumc
Wordt u binnenkort opgenomen op een van onze verpleegafdelingen? Of bent u met spoed opgenomen? Dan komt er veel op u af. Lees hier informatie over het voorbereiden op een opname, de opnamedag, uw verblijf en uw ontslag.
naar paginaNazorgfase
Nazorg en controle
Naar huis
Hoe lang u in het ziekenhuis blijft, hangt af van de soort operatie. De chirurg bespreekt met u hoeveel dagen u ongeveer opgenomen wordt. Als de artsen en verpleegkundigen vinden dat u genoeg bent hersteld wordt dit met u besproken en mag u naar huis.
Controle na de operatie
Tien tot twaalf dagen na de operatie komt u terug voor een controle-afspraak op de polikliniek Heelkunde. Als u thuiszorg nodig heeft, regelt de verpleegafdeling dit voor u.
Herstel
Hoe snel u herstelt, hangt af van de operatie, uw ziekte en hoe u zich voelt. Meestal wordt de wond gesloten met hechtingen onder de huid. Deze lossen vanzelf op en hoeven niet verwijderd te worden. Na een buikoperatie moet de wond goed kunnen genezen. U krijgt hierover uitleg tijdens het ontslaggesprek op de verpleegafdeling.
Wanneer contact opnemen?
Neem contact op met het ziekenhuis als u thuis één of meer van deze klachten krijgt:
- Steeds meer pijn
- Koorts
- Misselijkheid of overgeven
- Twee dagen geen ontlasting
De eerste 8 dagen na ontslag uit het ziekenhuis kunt u bellen met de verpleegafdeling.
Na deze 8 dagen kunt u op werkdagen tussen 08.00 en 15.30 uur contact opnemen met uw casemanager of uw eigen huisarts. Buiten deze tijden adviseren wij u te bellen met de huisartsenpost.
De chirurg stuurt uw huisarts een brief over uw behandeling en hoe het met u gaat.
Nazorg
Na uw behandeling blijft u onder controle bij uw zorgverlener. Hoe vaak dit is zullen we met u bespreken. Deze periode noemen we nazorg of follow-up. Het is bedoeld om te kijken hoe het met u gaat en of er geen klachten terugkomen.
Na 1 jaar kunnen de controles in het ziekenhuis plaatsvinden, maar soms kan het ook thuis op afstand. Bijvoorbeeld via telefoon of beeldbellen.
Leefregels na ontslag
U bent opgenomen (geweest) op een van de verpleegafdelingen van het Radboudumc. Op deze pagina vindt u informatie en leefregels over de periode na de operatie. Het belangrijkste advies is: “Luister goed naar uw lichaam”.
naar pagina