Algemene informatie
Over endeldarmkanker


Over endeldarmkanker
Endeldarmkanker is kanker in het laatste deel van de dikke darm, de endeldarm. Dat is het stukje darm vlak voor de anus, waar de ontlasting wordt opgeslagen voordat u naar het toilet gaat. De endeldarm wordt ook wel het rectum genoemd. Endeldarmkanker wordt vaak ontdekt via het bevolkingsonderzoek (BVO) of bij klachten.
lees meerOver endeldarmkanker
Endeldarmkanker is kanker in het laatste deel van de dikke darm, de endeldarm. Dat is het stukje darm vlak voor de anus, waar de ontlasting wordt opgeslagen voordat u naar het toilet gaat. De endeldarm wordt ook wel het rectum genoemd.
Endeldarmkanker wordt vaak ontdekt via het bevolkingsonderzoek (BVO) of bij klachten zoals:
- Er zit bloed in uw ontlasting.
- Uw ontlasting verandert: u moet vaker of juist minder vaak naar het toilet.
- U heeft het gevoel dat u naar ht toilet moet, maar er komt niets.
- U kunt bloedarmoede krijgen doordat u bloed verliest in uw darm.
- Vermoeidheid of gewichtsverlies zonder duidelijke reden
Extra onderzoek kan nodig zijn om zeker te weten of iemand endeldarmkanker heeft.
Diagnosefase
Diagnose-onderzoeken
Diagnose-onderzoeken
Tijdens de diagnostische fase wordt onderzocht of u endeldarmkanker heeft. Uw behandelend arts zal met u overleggen welke onderzoeken nodig zijn.
Diagnose-onderzoeken
Onderzoek Coloscopie
Bij een coloscopie bekijkt de arts het slijmvlies van uw dikke darm en soms ook het laatste stuk van de dunne darm. naar paginaOnderzoek CT-scan met contrastmiddel via infuus
CT staat voor computer tomografie. Een CT-scan is een methode om foto's van het lichaam te maken. naar paginaOnderzoek MRI endeldarm
Met een MRI scan kunnen met behulp van een zeer sterke magneet en radiogolven eventuele afwijkingen in de endeldarm zichtbaar worden gemaakt. naar paginaBloedonderzoek CEA (Carcino-Embryonaal Antingeen)
Bij darmkanker (en ook bij sommige andere kankersoorten) kunnen de CEA-waarden in het bloed hoger worden. Daarom noemen artsen CEA een tumormarker. Deze waarde van CEA wordt gebruikt om na de operatie te controleren of er mogelijk sprake is van terugkeer van de ziekte.
Uitslagfase
Uitslag
Multidisciplinaire overleg (MDO)
Iedere week komt het behandelteam samen. Zij bespreken de uitslagen van de onderzoeken die uw specialist heeft gedaan.
lees meerUitslaggesprek
Na het kijkonderzoek (endoscopie) bespreekt de maag-darm-leverarts (MDL-arts) de uitslag met u. Tijdens het uitslaggesprek kunt u ook vragen stellen.
lees meerUitslaggesprek
Na het kijkonderzoek (endoscopie) bespreekt de maag-darm-leverarts (MDL-arts) de uitslag met u. Als er sprake is van een kleine oppervlakkige tumor, kan de MDL arts deze in sommige gevallen volledig verwijderen en is de behandeling hiermee klaar. Als extra onderzoek of behandeling nodig is, verwijst de arts u naar de afdeling Heelkunde. We vertellen u ook wat er in het multidisciplinair overleg (MDO) is besproken.
De dag na het onderzoek belt de casemanager u. U hoort dan of u nog een CT-scan, MRI of bloedonderzoek krijgt en of er nog een gesprek met de chirurg volgt. Tijdens het gesprek met de chirurg worden de resultaten besproken. U krijgt uitleg over de mogelijke behandelingen. Samen met de chirurg kunt u beslissen over de volgende stappen. De casemanager is ook bij dit gesprek aanwezig.
De casemanager Heelkunde Oncologie helpt mensen met kanker. De casemanager regelt uw afspraken en eventuele onderzoeken. U kunt de casemanager bellen als u vragen of zorgen heeft. Na het eerste gesprek krijgt u een welkomstbericht via MijnRadboud. Daarin staat hoe u contact kunt opnemen.
Tijdens het uitslaggesprek kunt u ook vragen stellen. U bespreekt samen met de chirurg welke behandeling het beste bij u past. Het is verstandig om iemand mee te nemen naar dit gesprek. Zo kunt u samen alles goed onthouden en bespreken.
Samen beslissen
Als u bij een arts bent voor een behandeling of onderzoek, komt u vaak voor een beslissing te staan. Een operatie, medicijnen, of toch liever nog even wachten? Doorbehandelen of stoppen? Meerdere opties zijn mogelijk, maar welke past het beste bij u?
naar paginaBehandelfase
Afspraken ter voorbereiding op de operatie
Voorbereiding op uw opname
Als u een operatie aan uw endeldarm krijgt, komt u daarvoor in het ziekenhuis. Ter voorbereiding krijgt u meestal een gesprek met een oncologieverpleegkundige van de afdeling Chirurgische Oncologie.
lees meerVoorbereiding op uw opname
Als u een operatie aan uw endeldarm krijgt, komt u daarvoor in het ziekenhuis. Ter voorbereiding krijgt u meestal een gesprek met een oncologieverpleegkundige van de afdeling Chirurgische Oncologie.
Voor dit gesprek krijgt u van de casemanager een folder met alle belangrijke informatie over uw opname.
U kunt kiezen:
- Een afspraak in het ziekenhuis: U neemt plaats in de groene stoelen op het poliplein Heelkunde (route 725). De oncologie-verpleegkundige roept u daar op.
- Een afspraak via videobellen: U krijgt van tevoren uitleg over hoe dit werkt.
Tijdens het gesprek kunt u al uw vragen stellen. U spreekt met de verpleegkundige van de afdeling waar u wordt opgenomen. De verpleegkundige bespreekt met u wat u kunt verwachten en helpt u bij onzekerheden.
Anesthesie
Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie, krijgt u verdoving (anesthesie). Soms is verdoving ook nodig bij een behandeling of onderzoek. Verdoving zorgt ervoor dat u geen pijn voelt tijdens de operatie of behandeling.
lees meerFit4surgery
Het programma Fit4Surgery helpt u om fitter te worden vóór uw operatie. Hoe beter uw conditie is, hoe groter de kans dat u goed herstelt na de operatie. Het programma bestaat uit oefeningen om sterker te worden, advies voor gezonde voeding, mentale begeleiding en hulp bij het stoppen met roken en alcohol.
lees meerBehandelingen
Operaties bij endeldarmkanker
Bij endeldarmkanker zijn er verschillende operaties mogelijk.
lees meerOperaties bij endeldarmkanker
Bij endeldarmkanker zijn er verschillende operaties mogelijk.
TEM
TEM betekent Transanale Endoscopische Microchirurgie. Dit is een operatie waarbij de arts via de anus afwijkingen in de endeldarm verwijdert. Het is een minder ingrijpende operatie dan de gewone operaties aan de endeldarm. Daardoor raakt het lichaam minder beschadigd en herstelt u vaak sneller.
Deze operatie is alleen mogelijk bij goedaardige gezwellen of poliepen of bij kwaadaardige tumoren die nog in een heel vroeg stadium zijn. Bij deze techniek haalt de chirurg géén lymfeklieren weg. Daarom kan de operatie alleen worden gedaan als de tumor nog niet is uitgezaaid naar de lymfeklieren.
De chirurg bespreekt met u of deze operatie in uw situatie geschikt is.
Low Anterior Resectie
Bij een low anterior resectie verwijdert de chirurg het deel van de endeldarm waar de tumor zit. Ook worden de lymfeklieren rondom dit gebied weggehaald. Daarna worden de twee uiteinden van de darm weer aan elkaar vastgemaakt.
Soms maakt de chirurg een tijdelijk stoma. Dit geeft de darmen de tijd om goed te genezen na de operatie. Het stoma kan later worden verwijderd, zodat de ontlasting weer op de normale manier het lichaam verlaat.
Na de operatie kunt u problemen krijgen met de stoelgang. U kunt bijvoorbeeld moeite hebben om ontlasting op te houden, plotseling aandrang krijgen of vaker naar het toilet moeten. Als u hier veel last van heeft, bespreek dit dan met uw behandelend arts of met de verpleegkundig specialist. Zij kunnen u helpen met advies of behandeling.
Rectumamputatie
Een rectumamputatie wordt ook wel een abdomino‑perineale resectie (APR) genoemd. Bij deze operatie verwijdert de chirurg het laatste deel van de endeldarm en de anus. Ook worden het vetweefsel rondom de endeldarm en de lymfeklieren weggehaald.
Omdat de anus wordt verwijderd, kunt u geen ontlasting meer via de normale weg kwijt. Daarom krijgt u een blijvend stoma van de dikke darm, een colostoma.
Exenteratie
Bij deze operatie verwijdert de chirurg de tumor in de endeldarm en de organen waar de tumor in is gegroeid. Dit heet een exenteratie. Er zijn verschillende vormen van deze operatie:
- Achterste exenteratie:
Bij een achterste exenteratie verwijdert de chirurg:- de baarmoeder en/of een deel van de vagina (bij vrouwen). In sommige gevallen kan de baarmoeder blijven zitten.
- de endeldarm,
- soms ook de anus.
- Vaak krijgt u een tijdelijk of blijvend stoma voor de ontlasting.
- Totale exenteratie
Bij een totale exenteratie verwijdert de chirurg:- de blaas,
- de baarmoeder (bij vrouwen),
- een deel van de vagina (bij vrouwen),
- de prostaat (bij mannen),
- de endeldarm,
- soms ook de anus.
- Afhankelijk van uw leeftijd en uw ziekte kunnen ook beide eierstokken worden verwijderd (bij vrouwen).
- Na deze operatie krijgt u een urinestoma en een blijvend stoma voor de ontlasting.
Welke complicaties kunnen optreden na een darmoperatie?
Tijdens het gesprek kiest u samen met de chirurg de beste behandeling. Bij een operatie is er altijd een risico op complicaties. De chirurg bespreekt deze met u.
lees meerWelke complicaties kunnen optreden na een darmoperatie?
Tijdens het gesprek kiest u samen met de chirurg de beste behandeling. Bij een operatie is er altijd een risico op complicaties. De chirurg bespreekt deze met u.
Na een darmoperatie kunnen onder andere de volgende complicaties optreden:
- Bloeding: tijdens of na de operatie kunt u bloed verliezen.
- Wondinfectie: de operatiewonden kunnen gaan ontsteken.
- Abces: er kan pus in de buik ophopen. Dit heet een abces. U kunt dan koorts krijgen en pijn of zwelling in de buik.
- Lekkage van de darmnaad: de plek waar de darmen weer aan elkaar zijn gemaakt kan gaan lekken. Dit kan zorgen voor een ernstige infectie in de buik. Als de bacteriën via het bloed verspreiden heet dit sepsis.
- Trombose of longembolie: na een operatie is de kans op bloedstolsels groter. Als zo’n stolsel naar de longen gaat ontstaat een longembolie. Daarom is bewegen na de operatie belangrijk en krijgt u antitrombosespuitjes.
- Verminderde werking van de darm: soms werken de darmen na een operatie tijdelijk of blijvend minder goed. Dit kan diarree of verstopping geven. Bij een Low Anterior Resectie kunt u ook last hebben van vaker naar het toilet moeten, loze aandrang hebben of moeite hebben met het ophouden van ontlasting.
Radiotherapie (bestraling) vóór een operatie bij endeldarmkanker
Als de tumor in de endeldarm zit krijgt u, afhankelijk van de grootte van de tumor en eventuele uitzaaiingen in de lymfeklieren, bestraling (radiotherapie) voordat u wordt geopereerd. Soms wordt deze bestraling gecombineerd met chemotherapie.
lees meerRadiotherapie (bestraling) vóór een operatie bij endeldarmkanker
Als de tumor in de endeldarm zit krijgt u afhankelijk van de grootte van de tumor en eventuele uitzaaiingen in de lymfeklieren, bestraling (radiotherapie) voordat u wordt geopereerd. Soms wordt deze bestraling gecombineerd met chemotherapie.
De behandeling heeft twee doelen:
- De kans verkleinen dat de tumor terugkomt.
- De tumor kleiner maken zodat de operatie makkelijker en succesvoller kan worden. Soms verdwijnt de tumor zelfs helemaal na bestraling of is er nog maar een kleine rest over en volgt er geen operatie of een beperkte operatie.
U kunt ook bestraling krijgen als de darmkanker is uitgezaaid naar de lever of de longen.
Radiatie met Wait and See
Bij sommige patiënten is na bestraling geen tumor meer te zien. Zij kunnen dan kiezen voor een Wait‑and‑See‑behandeling in plaats van een operatie. Dit betekent dat er niet meteen wordt geopereerd, omdat bij de meeste patiënten de tumor niet meer terugkomt als deze is verdwenen na de (chemo)radiatie. In plaats daarvan wordt afgewacht en wordt u regelmatig gecontroleerd met een MRI‑scan en een sigmoïdoscopie.
Als uit de controles blijkt dat de tumor toch terugkeert, kiest de arts samen met u een passende behandeling, waarbij u alsnog wordt geopereerd.
Chemoradiatie vóór een operatie bij endeldarmkanker
Bij endeldarmkanker krijgt u soms radiotherapie of chemoradiatie voordat u wordt geopereerd. Dit is een combinatie van bestraling (radiotherapie) en chemotherapie.
lees meerChemoradiatie vóór een operatie bij endeldarmkanker
Bij endeldarmkanker krijgt u soms radiotherapie of chemoradiatie voordat u wordt geopereerd. Dit is een combinatie van bestraling (radiotherapie) en eventueel chemotherapie.
Bij een grote tumor wordt deze combinatie van bestraling en chemotherapie meestal standaard aangeraden. Bij een kleinere tumor kunt u hier soms ook voor kiezen, in overleg met uw behandelend specialist. Door bestraling kan namelijk de tumor soms helemaal verdwijnen. In dat geval is een operatie niet nodig. Uw specialist bespreekt samen met u welke mogelijkheden er zijn en wat de kans is op een succesvolle behandeling.
Deze behandeling heeft twee doelen:
- de kans verkleinen dat de tumor terugkomt,
- de tumor kleiner maken, zodat de operatie beter en makkelijker kan worden uitgevoerd.
Chemoradiatie met Wait‑and‑See
Bij sommige patiënten is na chemoradiatie geen tumor meer te zien. Zij kunnen dan kiezen voor een Wait‑and‑See‑behandeling in plaats van een operatie. Dit betekent dat er niet meteen wordt geopereerd, omdat bij de meeste patiënten de tumor niet meer terugkomt als deze is verdwenen na de (chemo)radiatie. In plaats daarvan wordt afgewacht en wordt u regelmatig gecontroleerd met een MRI‑scan en een sigmoïdoscopie.
Als uit de controles blijkt dat de tumor toch terugkeert, kiest de arts samen met u een passende behandeling, waarbij u alsnog wordt geopereerd.
Behandeling Stoma
Een stoma is een kunstmatige uitgang voor ontlasting en/of urine. Een stoma moet worden aangelegd wanneer de ontlasting en/of urine het lichaam niet langs de natuurlijke weg kan verlaten. Ook kan het nodig zijn om na een darmoperatie de darm rust te geven. naar paginaUitgezaaide endeldarmkanker
Behandeling uitgezaaide endeldarmkanker
Endeldarmkanker kan uitzaaien naar andere plekken in het lichaam. Naar de lymfeklieren in de buurt van de tumor of naar andere plekken in het lichaam, bijvoorbeeld naar de lever. Uitzaaiingen zijn kankercellen die zijn losgekomen van de tumor en ergens anders in het lichaam terechtgekomen zijn. Een ander woord voor uitzaaiingen is metastasen. Vaak komen uitzaaiingen van endeldarmkanker eerst in de lymfeklieren in de buurt van de tumor terecht. Later kunnen ook uitzaaiingen in andere organen ontstaan, bijvoorbeeld in de lever of de longen.
Behandeling uitgezaaide endeldarmkanker
De behandeling bij uitgezaaide endeldarmkanker is meestal bedoeld om de kanker te remmen en om de klachten tegen te gaan. Vaak is het niet mogelijk om de kanker helemaal weg te halen. Welke behandeling u krijgt, ligt aan hoeveel uitzaaiingen er zijn en waar ze in het lichaam zitten.
Palliatieve zorg
Bij uitzaaiingen in andere organen begint vaak de palliatieve fase. Hoelang deze fase duurt, verschilt per persoon. Naast de palliatieve behandelingen kunt u ook palliatieve zorg krijgen. Palliatieve zorg helpt mee aan een goede kwaliteit van leven en bij een goede afronding van het leven.
Uitzaaiingen naar de lever
Uitzaaiingen in de lever komen veel voor bij endeldarmkanker. De meeste patiënten met uitgezaaide endeldarmkanker hebben uitzaaiingen in de lever. U heeft dan geen leverkanker. Het zijn darmkankercellen in de lever.
lees meerUitzaaiingen naar de lever
Uitzaaiingen in de lever komen veel voor bij endeldarmkanker. De meeste patiënten met uitgezaaide endeldarmkanker hebben uitzaaiingen in de lever. Zijn er uitzaaiingen in de lever, dan heeft u geen leverkanker. Het zijn darmkankercellen in de lever.
Uw behandelend arts vertelt welke behandeling u kunt krijgen bij uitzaaiingen in de lever. Dat ligt bijvoorbeeld aan hoeveel uitzaaiingen er zijn en hoe groot ze zijn. Als er niet veel uitzaaiingen zijn, dan kunt u soms ablatie (met hitte worden de kankercellen vernietigd), gerichte bestraling of een operatie van een uitzaaiing krijgen.
Zijn er meer uitzaaiingen in de lever, dan kan de arts ze soms niet verwijderen. Uw behandelend arts kan dan chemotherapie voorstellen om de ziekte te remmen. Soms kunt u na de chemotherapie alsnog ablatie of een operatie van de uitzaaiingen krijgen.
Bij het maken van een beslissing over uw behandeling, kunt u de keuzehulp darmkanker gebruiken.
Uitzaaiingen bij endeldarmkanker op andere plekken
Endeldarmkanker kan ook uitzaaien naar het buikvlies, longen of andere plekken in het lichaam.
lees meerUitzaaiingen bij endeldarmkanker op andere plekken
Endeldarmkanker kan ook uitzaaien naar het buikvlies. Het buikvlies zit om de organen in de buikholte heen. Dit kan gebeuren als de tumor door de darmwand groeit en kankercellen loskomen en in de buikholte terechtkomen. De cellen kunnen op het buikvlies terechtkomen.
Door uitzaaiingen op het buikvlies ontstaat uiteindelijk vocht in de buik. Het vocht heet ook wel ascites. Door het vocht wordt de buik soms dik en kunt u pijn krijgen. Ook kan uw ontlasting veranderen.
Uw behandelend arts vertelt welke behandeling u kunt krijgen bij uitzaaiingen op het buikvlies. Dat ligt bijvoorbeeld aan hoeveel uitzaaiingen er zijn en hoe groot ze zijn. Een behandeling die soms mogelijk is bij buikvliesuitzaaiingen is de HIPEC-behandeling.
Uitzaaiingen van endeldarmkanker in de longen
Ook uitzaaiingen van endeldarmkanker in de longen komen voor. Zijn er uitzaaiingen in de longen, dan heeft u geen longkanker. Het zijn darmkankercellen die in één long of in beide longen terechtgekomen zijn. Uw behandelend arts vertelt welke behandeling u kunt krijgen bij uitzaaiingen in de longen. Dat ligt bijvoorbeeld aan hoeveel uitzaaiingen er zijn en hoe groot ze zijn. Bij weinig uitzaaiingen kunt u soms een operatie, ablatie (met hitte worden de kankercellen vernietigd) of gerichte bestraling van een uitzaaiing krijgen. Zijn er meer uitzaaiingen in de longen, dan kan uw behandelend arts ze meestal niet verwijderen. U krijgt dan eventueel chemotherapie om de ziekte te remmen.
Uitzaaiingen op andere plekken in het lichaam
Er kunnen ook uitzaaiingen op andere plekken in het lichaam zijn, dan in de lever of de longen.
Bij het maken van een beslissing over uw behandeling, kunt u de keuzehulp darmkanker gebruiken.
Ablatie bij uitzaaiingen in de lever
Bij uitzaaiingen in uw lever kunt u soms een ablatie krijgen. Dan gebruikt de arts hitte om de kankercellen te doden.
naar paginaOpname
Uw opname

Uw opname bij het Radboudumc
Wordt u binnenkort opgenomen op een van onze verpleegafdelingen? Of bent u met spoed opgenomen? Dan komt er veel op u af. Lees hier informatie over het voorbereiden op een opname, de opnamedag, uw verblijf en uw ontslag.
naar paginaNazorgfase
Nazorg en controle
Naar huis
Hoe lang u in het ziekenhuis blijft, hangt af van de soort operatie. De chirurg bespreekt met u hoeveel dagen u ongeveer opgenomen wordt. Als de artsen en verpleegkundigen vinden dat u genoeg bent hersteld wordt dit met u besproken en mag u naar huis.
Controle na de operatie
Tien tot twaalf dagen na de operatie komt u terug voor een controle-afspraak op de polikliniek Heelkunde. U krijgt dan ook de uitslag van het weefsel onderzoek. U hoort dan ook of er eventueel nog een nabehandeling wordt geadviseerd. Deze afspraak kan vaak ook via een videogesprek worden ingepland. Als u thuiszorg nodig heeft, regelt de verpleegafdeling dit voor u.
Herstel
Hoe snel u herstelt, hangt af van de operatie, uw ziekte en hoe u zich voelt. Meestal wordt de wond gesloten met hechtingen onder de huid. Deze lossen vanzelf op en hoeven niet verwijderd te worden. Na een buikoperatie moet de wond goed kunnen genezen. U krijgt hierover uitleg tijdens het ontslaggesprek op de verpleegafdeling.
Wanneer contact opnemen?
Neem contact op met het ziekenhuis als u thuis één of meer van deze klachten krijgt:
- Steeds meer pijn
- Koorts
- Misselijkheid of overgeven
- Twee dagen geen ontlasting
De eerste 8 dagen na ontslag uit het ziekenhuis kunt u bellen met de verpleegafdeling.
Na deze 8 dagen kunt u op werkdagen tussen 08.00 en 15.30 uur contact opnemen met uw casemanager of uw eigen huisarts. Buiten deze tijden adviseren wij u te bellen met de huisartsenpost.
De chirurg stuurt uw huisarts een brief over uw behandeling en hoe het met u gaat.
Nazorg
Na uw behandeling blijft u 5 jaar onder controle. U komt dan regelmatig bij de verpleegkundig specialist, die goed samenwerkt met uw arts. Deze periode noemen we nazorg of follow-up. Het is bedoeld om te kijken hoe het met u gaat en of er geen klachten terugkomen.
Na 1 jaar kunnen de controles in het ziekenhuis plaatsvinden, maar soms kan het ook thuis op afstand. Bijvoorbeeld via telefoon of beeldbellen.
Het LAR-syndroom
Het LAR-syndroom is een verzamelnaam voor klachten die kunnen ontstaan na een endeldarmoperatie of operatie van het sigmoïd (S-bocht van de dikke darm). Soms is hier ook bestraling en/of chemotherapie aan voorafgegaan.
naar paginaLeefregels na ontslag
U bent opgenomen (geweest) op een van de verpleegafdelingen van het Radboudumc. Op deze pagina vindt u informatie en leefregels over de periode na de operatie. Het belangrijkste advies is: “Luister goed naar uw lichaam”.
naar pagina