Algemene informatie
Algemeen
Wat is hypofyse-uitval?
Als de functies van uw hypofyse verstoord zijn, noemen we dat hypofyse-uitval of hypopituïtarisme. U kunt gedeelteijk uitval (partieel hypopituïtarisme) hebben of complete uitval (panhypopituïtarisme). Als een hypofysehormoon uitvalt, wordt het vervolghormoon ook niet aangemaakt. Maakt de hypofyse bijvoorbeeld geen TSH meer, dan maakt de schildklier geen schildklierhormoon meer. Daardoor heeft u te weinig schildklierhormoon.
lees meerWat is hypofyse-uitval?
Als de functies van uw hypofyse verstoord zijn, noemen we dat hypofyse-uitval of hypopituïtarisme. U kunt gedeelteijk uitval (partieel hypopituïtarisme) hebben of complete uitval (panhypopituïtarisme). Als een hypofysehormoon uitvalt, wordt het vervolghormoon ook niet aangemaakt. Maakt de hypofyse bijvoorbeeld geen TSH meer, dan maakt de schildklier geen schildklierhormoon meer. Daardoor heeft u te weinig schildklierhormoon.
Oorzaak
Hypofyse-uitval kan ontstaan door een tumor aan de hypofyse, een ontsteking, een bloeding of een operatie of bestraling van de hypofyse.
Symptomen hormoonuitval
U kunt last krijgen van de volgende klachten:
- Te weinig bijnierschorshormoon (cortisol): dit kan zorgen voor moeheid, minder eetlust, misselijkheid, braken, buikpijn, diarree, duizeligheid, somberheid en moeite met onthouden en concentreren.
- Te weinig schildklierhormoon: dit kan klachten geven zoals moeheid, aankomen in gewicht, verstopping, traagheid, het snel koud hebben, een droge huid, moeite met onthouden en concentreren, stemmingswisselingen en somberheid.
- Te weinig geslachtshormonen: dit kan leiden tot moeheid, het uitblijven van de menstruatie bij vrouwen, minder zin in seks, erectieproblemen bij mannen, opvliegers, stemmingsklachten of somberheid, minder spierkracht en minder sterke botten (wat later botontkalking of botbreuken kan geven).
- Te weinig anti‑diuretisch hormoon (ADH): dit zorgt voor veel dorst en veel plassen.
Diagnosefase
Diagnostische onderzoeken
Diagnostische onderzoeken
We kunnen onderzoeken hoe uw hypofyse werkt met een bloedtest. In uw bloed kijken we hoeveel verschillende hormonen de hypofyse aanmaakt.
lees meerDiagnostische onderzoeken
We kunnen onderzoeken hoe uw hypofyse werkt met een bloedtest. In uw bloed kijken we hoeveel verschillende hormonen de hypofyse aanmaakt. Vaak meten we niet alleen het hormoon uit de hypofyse, maar ook het hormoon dat daarna door een andere klier wordt gemaakt.
|
Hypofysehormoon |
Vervolghormoon |
|---|---|
| TSH (hypofyse) | VrijT4 (schildklier) |
| ACTH (hypofyse) | Cortisol (bijnier) |
| LH/FSH (hypofyse) | Oestradiol (eierstok) of testosteron (zaadbal) |
| Groeihormoon | IGF1 |
| Prolactine |
We meten de hoeveelheid groeihormoon in uw lichaam met een bloedtest voor IGF‑1 (insulin like growth factor 1). Dit stofje laat zien hoeveel groeihormoon er gemiddeld wordt gemaakt. Alle bloedtesten die iets zeggen over de hypofyse noemen we samen de hypofyseprik.
Soms is de uitslag van dit bloedonderzoek niet helemaal duidelijk. Dan kunnen we een extra test doen om meer zekerheid te krijgen. Dit heet een stimulatietest. Een voorbeeld daarvan is de insuline‑tolerantietest. Bij deze test krijgt u insuline toegediend. Daarna nemen we meerdere keren bloed af om te meten hoeveel cortisol (een hormoon uit de bijnier) en groeihormoon uw lichaam aanmaakt.
MRI-scan
Met een MRI‑scan kunnen we de hypofyse duidelijk zien.
Overzicht diagnostische onderzoeken
Uw behandelend arts bepaalt welke onderzoeken er voor u nodig zijn.
Multidisciplinaire overleg (MDO)
In ons ziekenhuis bespreken we patiënten met hypofyse-uitval in een speciaal overleg. We noemen dit een multidisciplinair overleg (MDO). Dit doen we omdat verschillende soorten artsen betrokken zijn bij de behandeling. Tijdens dit overleg zijn deze artsen aanwezig. Samen bepalen zij welke behandeling het beste bij u past. U bent als patiënt niet bij dit overleg aanwezig.
lees meerMultidisciplinaire overleg (MDO)
In ons ziekenhuis bespreken we patiënten met hypofyse-uitval in een speciaal overleg. We noemen dit een multidisciplinair overleg (MDO). Dit doen we omdat verschillende soorten artsen betrokken zijn bij de behandeling. Tijdens dit overleg zijn deze artsen aanwezig. Samen bepalen zij welke behandeling het beste bij u past.
Het overleg is elke tweede en vierde dinsdag van de maand. Dan bespreekt het team de uitslagen van de onderzoeken die u heeft gehad.
Na het overleg maken de artsen een advies voor uw behandeling. Soms is extra onderzoek nodig om een goed behandeladvies te kunnen geven.
U bent niet aanwezig bij dit overleg. Het is een medisch overleg waarin meerdere patiënten worden besproken. De uitkomsten van het overleg hoort u tijdens het gesprek waarin u de uitslag krijgt. Daarna beslist u samen met uw arts wat de volgende stappen zijn.
Uitslaggesprek
Uitslaggesprek
De uitslagen van de onderzoeken bespreekt u met uw arts. Dit kan tijdens een bezoek aan de polikliniek, telefonisch of via een videoconsult. Uw partner, een familielid of een begeleider mag hierbij aanwezig zijn.
lees meerUitslaggesprek
De uitslagen van de onderzoeken bespreekt u met uw arts. Dit kan tijdens een bezoek aan de polikliniek, telefonisch of via een videoconsult. Uw partner, een familielid of een begeleider mag hierbij aanwezig zijn. U kunt er ook voor kiezen om het gesprek op te nemen, zodat u het later nog eens kunt beluisteren.
Op basis van de uitslagen worden de vervolgstappen en behandelmogelijkheden met u besproken.
U kunt ook begeleiding krijgen van een regieverpleegkundige of van een verpleegkundig specialist (in opleiding) die gespecialiseerd is in endocrinologie.
Een aandoening aan de hypofyse kan uw leven op veel manieren beïnvloeden. Dat geldt voor u, maar ook voor de mensen om u heen. U kunt lichamelijke klachten hebben, maar ook problemen ervaren op emotioneel, sociaal of werkgebied.
Onze regieverpleegkundige en verpleegkundig specialist (in opleiding) kunnen u en uw naasten extra ondersteuning geven tijdens het hele traject. Tijdens elke fase van de behandeling kunt u uw vragen stellen of uw zorgen bespreken met uw endocrinoloog of met uw casemanager. Zij zijn bereikbaar via telefoonnummer (024) 361 45 99.
Samen beslissen
Als u bij een arts bent voor een behandeling of onderzoek, komt u vaak voor een beslissing te staan. Een operatie, medicijnen, of toch liever nog even wachten? Doorbehandelen of stoppen? Meerdere opties zijn mogelijk, maar welke past het beste bij u?
naar paginaBehandelfase
Behandelingen
Behandelmogelijkheden
Uw behandelend arts bepaalt welke behandelingen voor u nodig zijn.
-
Als u een bijnierschors-insufficiëntie heeft, krijgt u medicijnen om het tekort aan cortisol aan te vullen. Dit zijn glucocorticoïden in tabletvorm, meestal hydrocortison.
lees meer
Glucocorticoïden (hydrocortison)
Als u een bijnierschorsinsufficiëntie heeft, krijgt u medicijnen om het tekort aan cortisol aan te vullen. Dit zijn glucocorticoïden in tabletvorm, meestal hydrocortison. Dit middel lijkt het meest op het natuurlijke cortisol.
U neemt hydrocortison in twee of drie doseringen per dag. De grootste dosis neemt u ’s ochtends. Zo proberen we het normale dag‑ en nachtritme van cortisol zo goed mogelijk na te bootsen.
Als u een bijnierschorsinsufficiëntie heeft en glucocorticoïden gebruikt, heeft u bij koorts, veel stress of een medische ingreep een hogere dosis nodig. Dit helpt om een bijniercrisis te voorkomen.
-
Een tekort aan schildklier-hormoon (hypothyreoïdie) behandelen we door dit hormoon aan te vullen met tabletten. De werkzame stof in deze tabletten heet levothyroxine.
lees meer -
Een tekort aan mannelijke hormonen behandelen we door testosteron aan te vullen. Vrouwen die jonger zijn dan 50 jaar behandelen we met het aanvullen van oestrogeen.
lees meer
Geslachtshormonen
Een tekort aan mannelijke hormonen behandelen we door testosteron aan te vullen. Dit kan met een injectie in de bilspier, één keer per drie weken of één keer per drie maanden. U kunt ook testosteron gebruiken in de vorm van een gel, die u elke dag op de huid smeert.
Om te bepalen welke dosis u nodig heeft, vraagt de arts naar uw klachten en doet de arts een bloedtest om het testosterongehalte te meten.
Bij vrouwen die jonger zijn dan 50 jaar, kan oestrogeen worden bijgegeven via pillen, pleisters of spray op de huid.
-
Kiest u in overleg met uw arts voor een behandeling met groeihormonen? Dan krijgt u uitleg van een verpleegkundige. U leert hoe u elke dag groeihormon spuit onder de huid.
lees meer -
Bij een tekort aan anti-diuretisch hormoon (ADH) krijgt u tabletten of neusspray met desmopressine.
lees meer
Desmopressine
Bij een tekort aan anti-diuretisch hormoon (ADH) krijgt u tabletten of neusspray met desmopressine. Sommige mensen hebben maar 1x per dag een dosis nodig, andere mensen 3 tot 4x per dag. Om de juiste dosis vast te stellen, informeert de arts naar uw klachten (dorst, veel plassen) en doet bloedonderzoek naar het natriumgehalte in uw bloed.
Nazorgfase
Controle en nazorg
Controle
Als uw hormonen goed zijn ingesteld, blijft u onder controle. De arts kijkt één keer per jaar of de hormonen nog goed zijn, aan de hand van uw klachten en een bloedtest.
Waar vinden de controles plaats?
De langdurige controles bij hypofyse‑uitval gebeuren bij de endocrinoloog in uw eigen regioziekenhuis.
Expertisecentrum
Zeldzame aandoeningen
Zeldzame aandoening Hypofyseaandoeningen
Binnen het Radboudumc Expertisecentrum Hypofyseaandoeningen kunnen patiënten met de zeldzame aandoening, zoals hypofyse-uitval terecht voor advies, onderzoek en behandeling. Er wordt binnen dit centrum onderzoek gedaan naar de werking van nieuwe medicijnen of naar langetermijneffecten van behandelingen.
lees meerZeldzame aandoening Hypofyseaandoeningen
Binnen het Radboudumc Expertisecentrum Hypofyseaandoeningen kunnen patiënten met de zeldzame aandoening, zoals acromegalie terecht voor advies, onderzoek en behandeling. Er wordt binnen dit centrum bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de werking van nieuwe medicijnen of naar langetermijneffecten van behandelingen.
Deze aanvraag voor hererkenning wordt door het Radboudumc ingediend bij het Ministerie van VWS.
Zeldzame aandoeningen
Het Radboudumc beschikt over 39 Erkende Expertisecentra voor Zeldzame Aandoeningen (ECZA). Door kennis en kunde over de aandoeningen te bundelen in expertisecentra, kunt u beter en sneller worden behandeld.
naar pagina