Sluiten

Erfelijkheid

Bijna altijd is het kind met KdVS de enige in de familie met deze aandoening. De verandering in het erfelijk materiaal is dan nieuw ontstaan. Dat noemen we de novo. Ouders hebben de afwijking dus niet zelf. Het is spontaan ontstaan. 

De kans dat ouders opnieuw een kind krijgen met KdVS is heel klein (minder dan 1%). In enkele families komt dit syndroom vaker voor, bijvoorbeeld als een ouder in een klein deel van de cellen de afwijking heeft. Dat heet mozaïcisme. De ouder merkt daar meestal niets van, maar kan het wel doorgeven aan een volgend kind. 

Bij een volgende zwangerschap kan prenatale diagnostiek (onderzoek tijdens de zwangerschap) worden aangeboden. Dat kan met een vlokkentest, vruchtwaterpunctie of uitgebreide echo. 

Patiëntenzorg Aandoeningen Koolen-de Vriessyndroom

Wat is het Koolen-de Vriessyndroom?

Het Koolen-de Vries-syndroom (KdVS) is een zeldzame erfelijke aandoening. Mensen met dit syndroom hebben vaak een lage spierspanning (slappe spieren) en jonge baby’s kunnen moeite hebben met drinken. Ook komen leerproblemen en een achterstand in de ontwikkeling van taal en spraak vaak voor.

lees meer

Sluiten

Wat is het Koolen-de Vriessyndroom?

Het Koolen-de Vries-syndroom (KdVS) is een zeldzame erfelijke aandoening. Mensen met dit syndroom hebben vaak een lage spierspanning (slappe spieren) en jonge baby’s kunnen moeite hebben met drinken. Ook komen leerproblemen en een achterstand in de ontwikkeling van taal en spraak vaak voor. De meeste mensen met KdVS hebben een milde tot matige verstandelijke beperking. 

Ongeveer 1 op de 3 mensen met KdVS heeft epilepsie.

Andere kenmerken die vaker voorkomen zijn: 

  • bepaalde uiterlijke kenmerken
  • verziendheid (minder goed dichtbij kunnen zien)
  • slechthorendheid
  • soepele gewrichten, platvoeten of een kromme rug (scoliose)

Kinderen en volwassenen met KdVS zijn vaak sociaal, vrolijk en vriendelijk. Toch komen ook gedragsproblemen voor, zoals druk- of dwangmatig gedrag. 

Aangeboren afwijkingen

Sommige kinderen hebben aangeboren afwijkingen, bijvoorbeeld: 

  • niet-ingedaalde zaadballen bij jongens
  • heupdysplasie (een afwijking van het heupgewricht)
  • hartafwijkingen (zoals een gaatje in de hartwand)
  • of afwijkingen aan blaas en urinewegen

Wat is de oorzaak van het Koolen-de Vries syndroom? 

Het KdVS ontstaat door een kleine verandering in het erfelijk materiaal (DNA). Meestal mist er een klein stukje van chromosoom 17. Dat stukje heet 17q21.31. Soms zit de verandering in één specifiek gen, het KANSL1-gen. 

Chromosomen bevatten onze erfelijke informatie en regelen hoe ons lichaam werkt. Elke cel heeft 46 chromosomen, verdeeld over 23 paren. Bij vrouwen bestaat het laatste paar uit twee X-chromosomen, bij mannen uit één X- en één Y-chromosoom. Het ontbreken van erfelijk materiaal noemen we een deletie. Omdat het vaak om een heel klein stukje gaat, wordt dit een microdeletie genoemd. 

Zowel de deletie van 17q21.31 als een afwijking in het KANSL1-gen veroorzaken hetzelfde ziektebeeld: het Koolen-de Vries-syndroom. 

Het KANSL1-gen zorgt voor de aanmaak van het KANSL1-eiwit. Dat eiwit helpt om andere genen aan of uit te zetten. Door onderzoek met stamcellen kunnen wetenschappers steeds beter begrijpen wat er in het lichaam niet goed werkt bij KdVS. 


Erfelijkheid

Bijna altijd is het kind met KdVS de enige in de familie met deze aandoening. De verandering in het erfelijk materiaal is dan nieuw ontstaan. Ouders hebben de afwijking dus niet zelf.

lees meer

Zorgpad: onderzoek, controles en begeleiding


Controles en begeleiding

Vaak is een heel team van specialisten betrokken bij de zorg voor uw kind. De controles vinden meestal plaats op vaste momenten. 

lees meer

Sluiten

Controles en begeleiding

Kinderen met KdVS worden regelmatig gecontroleerd door hun eigen kinderarts. Deze kijkt naar de ontwikkeling, voeding, spraak, zicht, gehoor en motoriek. Ook wordt het hart en de blaas vaak onderzocht. Bij epilepsie is begeleiding door een neuroloog aangewezen en vanwege de lage spierspanning en de taal- en spraakproblemen is fysiotherapie en logopedie belangrijk. 



Opgroeien tot een volwassene transitie

Vanaf 12 jaar helpen we tieners stap voor stap zelfstandiger te worden, zodat ze op hun 18e steeds meer zelf kunnen beslissen en regelen als het om hun ziekte en behandeling gaat.

naar pagina

Expertisecentrum voor aangeboren ontwikkelings­­stoornissen

Het Radboudumc Expertisecentrum voor Aangeboren Ontwikkelingsstoornissen is in Nederland het landelijk expertisecentrum voor het KdVS. 

naar pagina