Voeding

Uit onderzoek blijkt dat maar liefst 40 procent van de patiënten ondervoed het ziekenhuis binnenkomt. Wanneer men minder dan 1500 kcal opneemt is de kans op tekorten aan eiwitten, vitamines en mineralen groot. Zeker wanneer u een operatie moet ondergaan is het belangrijk om een goede voedingstoestand te hebben. Zo blijft uw lichamelijke conditie en weerstand op peil. Hoe beter uw conditie is, des te meer weerstand u heeft, des te sneller u geneest. Gezonde voeding houdt in dat u voldoende energie, vocht en voedingsstoffen binnenkrijgt. Wanneer u ongewenst afvalt, is dat vaak een teken dat uw ziekte en behandeling meer energie vragen. Pijn, koorts en operatiewonden vragen meer energie van het lichaam dan gebruikelijk, waardoor u meer voedingsstoffen verbruikt dan normaal. Gezonde voeding houdt in dat u:
  • gevarieerd eet
  • volop groente en fruit eet
  • ruimschoots brood, aardappelen of rijst eet
  • genoeg melkproducten, vlees of vleesvervangers eet
  • voldoende drinkt (1,5 à 2 liter per dag)
Een eenvoudig hulpmiddel om erachter te komen of u risico loopt op ongewenst gewichtsverlies is de volgende vragenlijst. Als u de vragen met ‘ja’ beantwoordt, scoort u de achter de vraag vermelde punten.
Vraag Punten
Heeft u de laatste maanden ongewenst gewicht verloren? (meer dan 3 kilo in 1 maand of meer dan 6 kilo in 6 maanden) 2
 
Heeft u langer dan 2 dagen minder zin om te eten?
 
1
 
Heeft u langer dan 3 dagen niet of nauwelijks gegeten?
 
1
Heeft u langer dan 1 week minder gegeten dan normaal? 2
 
Voelt u zich langer dan 1 week moe?
 
1
 
Heeft u langer dan 2 dagen, vaker dan 2 x per dag vloeibare, vormloze ontlasting?
 
1
 
Totaal aantal punten
 

Scoort u 2 punten of meer, dan heeft u een verhoogd risico op ongewenst gewichtsverlies. Overleg in dat geval met uw (huis-)arts of verpleegkundige van de polikliniek wat u kunt doen om uw voedingstoestand te verbeteren. Ook op de polikliniek en de verpleegafdeling wordt uw voedingstoestand nauwlettend in de gaten gehouden. Heeft u vanwege ziekte, geloofsovertuigingen of door andere redenen problemen met het geleverde eten, geef dit dan aan tijdens de opname op de verpleegafdeling. De verpleegkundige kan dan in overleg met de voedingsassistenten bekijken wat er mogelijk is in uw situatie.
Patientenzorg Behandelingen Operatieve ingreep orthopedie

Een operatieve ingreep

Na onderzoeken en gesprekken met de orthopeed is, in overleg met u, besloten tot een operatie. Het doel van de operatie is om uw klachten op te lossen.

Onderzoeken

De orthopedisch chirurg probeert voor de operatie een duidelijk beeld te krijgen van het operatiegebied. Dit gebeurt met behulp van diagnostische onderzoeken zoals röntgenfoto's, MRI-scan, CT-scan en bloedanalyse.

lees meer

Onderzoeken

De orthopedisch chirurg probeert voor de operatie een duidelijk beeld te krijgen van het operatiegebied. Dit gebeurt met behulp van diagnostische onderzoeken zoals röntgenfoto's, MRI-scan, CT-scan en bloedanalyse.

Voor de ingreep zijn er hoogstwaarschijnlijk röntgenfoto’s van u gemaakt. Door röntgenstraling kunnen de botten in het lichaam zichtbaar worden gemaakt. Breuken, verschuivingen en/of veranderingen van botweefsel worden door dit onderzoek goed weergegeven. Het maken van een röntgenfoto op zich is niet pijnlijk. De houding die u aan moet nemen voor het verkrijgen van een goede foto (liggend, staand op 1 of 2 benen) kunnen gezien uw pijnklachten wel vervelend zijn. Mede naar aanleiding van deze röntgenbeelden is de diagnose gesteld en is met u besproken dat deze operatie een oplossing voor uw klachten kan zijn. Zonodig is meer onderzoek gedaan, zoals bijvoorbeeld een botscan of MRI-scan.
 
Als u geopereerd wordt voor een heup- of knieprothese is ook bloed bij u afgenomen. Dit is nodig om het gehalte aan rode bloedlichaampjes in uw bloed vast te kunnen stellen. Wanneer uw rode bloedlichaampjes aan de lage kant zijn, kan het zijn dat we voorstellen om voor de operatie Eprex® te gaan gebruiken. Dit middel helpt uw lichaam meer bloedlichaampjes aan te maken waardoor het makkelijker herstelt na de operatie. Wat dit inhoudt en of u dit nodig heeft vertelt de anesthesioloog u.

Voorbereiding

  • Gebruikt u thuis medicijnen? Dan adviseren wij u om uw medicijnen op de dag van opname mee te nemen. Breng voldoende mee voor de duur van de opname.

    lees meer


    Medicijnen

    Gebruikt u thuis medicijnen? Dan adviseren wij u om uw medicijnen op de dag van opname mee te nemen. Breng voldoende mee voor de duur van de opname. Niet alle medicijnen kunnen door onze apotheek geleverd worden. Neem ook een recent overzicht van uw eigen apotheek mee. Wij weten dan wat u nodig heeft en de apotheek van het Radboudumc zorgt dat u uw eigen medicijnen door kunt gebruiken.
     
    Gebruikt u medicijnen die de bloedstolling beïnvloeden? Geef dit dan door aan de anesthesioloog tijdens het gesprek. Hij of zij bekijkt of het nodig is om voor de operatie tijdelijk met deze medicijnen te stoppen.

Uw opname

U heeft een uitnodiging gekregen voor een opnamegesprek op de polikliniek Anesthesiologie. Tijdens dit gesprek krijgt u uitleg over uw opname en over de voorbereiding op de operatie en behandeling.

lees meer

Uw opname

Voor de opnamedag

U krijgt enkele weken voor uw opname een uitnodiging voor een opnamegesprek op de polikliniek Anesthesiologie. Tijdens dit gesprek krijgt u uitleg over uw opname en over de voorbereiding op de operatie en behandeling. Ook wordt de nazorg met u besproken. Twee werkdagen voor uw opname neemt u contact op met de opnameplanning. U krijgt dan de laatste informatie over de definitieve opname- en operatiedatum. U krijgt ook te horen op welk tijdstip u op de verpleegafdeling wordt verwacht.

Opnamedag

We streven ernaar om alle onderzoeken voor de opnamedag afgerond te hebben. Soms moeten röntgenfoto’s herhaald worden en wil de anesthesist aanvullend bloedonderzoek doen. Vragen die u over de operatie heeft, kunt u op de opnamedag aan uw behandelend arts, de anesthesist en de verpleegkundige stellen. Het is prettig wanneer u tijdens die gesprekken een partner of vriend(in) meebrengt die mee kan luisteren. Deze dag is namelijk best spannend en dan gaat er wel eens wat informatie verloren. Wanneer u wordt opgenomen op de ochtend van de operatiedag zelf, is de tijd om vragen te stellen wat beperkter, maar ook dan: stel ze gerust.

Behandeling Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.

lees meer

Verloop van de ingreep

Vanaf de verpleegafdeling brengt een verpleegkundige u naar de operatiekamer. Daarna gaat u naar de voorbereidingsruimte. Hier wordt een infuus ingebracht en krijgt u de verdoving die u heeft afgesproken met de anesthesist.

lees meer

Verloop van de ingreep

Vanaf de verpleegafdeling brengt een verpleegkundige u naar de operatiekamer. U wordt door de anesthesist of de anesthesie-assistent ontvangen. Daarna gaat u naar de voorbereidingsruimte. Hier wordt een infuus ingebracht en krijgt u de verdoving die u heeft afgesproken met de anesthesist. Dit kan een plaatselijke verdoving, een ruggenprik of algehele narcose zijn. Bij de eerste twee is het mogelijk dat u een kortdurend roesje krijgt zodat u toch een beetje slaapt tijdens de ingreep. Gedurende de operatie blijft de anesthesist u goed in de gaten houden.

De chirurg laat, afhankelijk van de ingreep, 1 of meerdere drains (dunne slangetjes) in het wondgebied achter. Dit is om wondvocht af te voeren. Aan het slangetje wordt een fles bevestigd waar het wondvocht in afloopt. De wond wordt meestal gesloten met oplosbare hechtingen of krammetjes die ongeveer 12 dagen na de operatie verwijderd worden. Het wondgebied wordt na sluiten afgedekt met een dik wondverband.


Na de ingreep

Wanneer opname op de Intensive Care niet nodig is, gaat u van de operatiekamer naar de verkoeverkamer (uitslaapkamer). Hier gaat men door met de controles die de anesthesist tijdens de ingreep ook deed.

lees meer

Na de ingreep

Het is afhankelijk van de grootte van de ingreep en hoe lang het duurt of het nodig is om u tijdelijk naar een Intensive Care afdeling over te plaatsen. Meestal is dit voor de operatie al duidelijk en met u doorgesproken. Wanneer opname op de Intensive Care niet nodig is, gaat u van de operatiekamer naar de verkoeverkamer (uitslaapkamer). Hier gaat men door met de controles die de anesthesist tijdens de ingreep ook deed:

  • bloeddruk en polsslag om te controleren of uw hart niet te snel, langzaam of onregelmatig tikt
  • temperatuur omdat u door narcose en de lage omgevingstemperatuur flink af kunt koelen
  • saturatie (zuurstofgehalte in het bloed) om na te gaan of uw longen voldoende zuurstof opnemen
  • wond en drains om te controleren of en hoeveel bloedverlies er is
  • infuus en de urineproductie om uw vochtbalans te controleren
  • pijn

Wanneer deze controles in orde zijn en de pijn onder controle is kunt u terug naar de afdeling.

Verpleegafdeling

De verpleegkundige van de verpleegafdeling haalt u bij de verkoeverkamer op en krijgt daar van de verkoeververpleegkundige bijzonderheden door die tijdens de operatie en verkoeverperiode hebben plaatsgevonden. De verpleegkundige brengt u terug naar de afdeling, waar de controles verder worden uitgevoerd, maar dan minder vaak. Wanneer u tussen de controles door klachten ontwikkelt, is het belangrijk dat u dit meldt. Bel de verpleegkundige als:

  • de pijn toeneemt
  • u zich misselijk of draaierig voelt
  • u moet plassen
  • u merkt dat er iets verandert in het gevoel van het geopereerde lichaamsdeel

De verpleegkundige brengt, als dat is afgesproken, uw familie op de hoogte van uw terugkomst op de afdeling en laat weten hoe de operatie is verlopen. De orthopedisch chirurg vertelt aan het eind van de operatiedag aan u en uw familie wat de bevindingen zijn. Tijdens de avond en nacht van de operatiedag voeren de verpleegkundigen nog regelmatig controles uit. De volgende dag(en) wordt als het nodig is nog bloedonderzoek gedaan.


Pijn na een operatie

Postoperatieve pijn is een vorm van acute pijn na een operatie. De oorzaak van acute pijn is weefselbeschadiging.

lees meer

Regel uw nazorg: Transferpunt

Misschien heeft u na uw opname nog nazorg nodig, zoals hulpmiddelen of thuiszorg. Indien mogelijk, raden wij u aan om vooraf uw nazorg te organiseren. Uw arts kan inschatten of, en zo ja, welke nazorg u nodig heeft. Het Transferpunt van het Radboudumc helpt u met het organiseren van deze nazorg. lees meer

Herstel

Na de operatie breekt de herstelperiode aan. In deze periode krijgt u te maken met verschillende disciplines die u voorbereiden op het naar huis gaan. In grote lijnen kent deze periode 2 fasen.

lees meer

Herstel

Na de operatie breekt de herstelperiode aan. In deze periode krijgt u te maken met verschillende disciplines die u voorbereiden op het naar huis gaan. In grote lijnen kent deze periode 2 fasen:

Fase 1: algemeen herstel van de operatie en wondgenezing

Dit betekent dat u na de operatie 1 tot meerdere dagen bedrust heeft om de wond rust te geven en bij te komen van de operatie. Als de wond er rustig uitziet, kunt u uit bed en bespreekt de arts met u op welke manier u gaat mobiliseren. Na een operatie aan uw heup of knie krijgt u vanaf de eerste dag na de operatie al intensieve begeleiding door een fysiotherapeut.

Fase 2: revalidatie en voorbereidingen om naar huis te gaan

In deze fase gaat de fysiotherapeut met u oefenen, volgens afspraken die gemaakt zijn met de arts. Daarnaast wordt in deze periode met u de nazorg besproken. Dit houdt in dat er samen met de arts, fysiotherapeut en de verpleegkundige bekeken wordt wanneer u naar huis kunt, wat u op dat moment zelf moet kunnen en waar u nog hulp bij nodig heeft. Zo nodig wordt extra hulp geregeld.

Naar huis

Een operatie is een ingrijpende gebeurtenis en het herstel vraagt veel wilskracht en inspanning van u, maar ook van uw familie. Een goede voorbereiding is daarom belangrijk. Het is aan te raden om bij thuiskomst een familielid of kennis te vragen u te helpen met het doen van bijvoorbeeld boodschappen en het huishouden. Wanneer u geen beroep kunt doen op mantelzorg bespreek dan met uw huisarts de mogelijkheid van hulp thuis of tijdelijke opvang elders. Het is verstandig om vooraf na te denken van welke organisatie u eventueel hulp wilt ontvangen. Tijdens de opname kunt u hier vragen over krijgen.


Contact opnemen

Als er thuis complicaties of problemen optreden dan kunt u de eerste 7 dagen contact opnemen met de verpleegafdeling Orthopedie.

lees meer

Contact opnemen

Als er thuis complicaties of problemen optreden dan kunt u de eerste 7 dagen contact opnemen met de verpleegafdeling Orthopedie, liefst tijdens kantooruren op telefoonnummer: (024) 361 44 90. Na 7 dagen kunt u bellen naar de polikliniek Orthopedie: telefoonnummer (024) 361 44 71, bereikbaar tussen 08.00 en 15.00 uur.

Bij complicaties kunt u denken aan het volgende:
  • Wond wordt extreem rood, kloppend gevoel of begint weer te bloeden.
  • U krijgt koorts.
  • Verergering van de pijn.
  • Standsverandering van het geopereerde ledemaat.
  • Andere vragen waar u graag een antwoord op wilt hebben.

Handige links

  • Verplegen is teamwerk en op afdeling Orthopedie staat een team van artsen, verpleegkundigen, verpleegassistenten, voedingsassistenten, fysiotherapeuten klaar om uw verblijf goed te laten verlopen.

    lees meer