Sluiten

Uitzaaiingen bij dikkedarmkanker op andere plekken

Uitzaaiingen van darmkanker op het buikvlies

Dikkedarmkanker kan ook uitzaaien naar het buikvlies. Het buikvlies zit om de organen in de buikholte heen. Dit kan gebeuren als de tumor door de darmwand groeit en kankercellen loskomen en in de buikholte terechtkomen. De cellen kunnen op het buikvlies terechtkomen.

Door uitzaaiingen op het buikvlies ontstaat uiteindelijk vocht in de buik. Het vocht heet ook wel ascites. Door het vocht wordt de buik soms dik en kunt u pijn krijgen. Ook kan uw ontlasting veranderen. Uw arts vertelt welke behandeling u kunt krijgen bij uitzaaiingen op het buikvlies. Dat ligt bijvoorbeeld aan hoeveel uitzaaiingen er zijn en hoe groot ze zijn. Ook is het belangrijk hoe uw conditie is. Een behandeling die soms mogelijk is bij buikvliesuitzaaiingen is de HIPEC-behandeling.

Uitzaaiingen van dikkedarmkanker in de longen

Ook uitzaaiingen van dikkedarmkanker in de longen komen voor. Zijn er uitzaaiingen in de longen, dan heeft u geen longkanker. Het zijn darmkankercellen die in één long of in beide longen terechtgekomen zijn.

Uw arts vertelt welke behandeling u kunt krijgen bij uitzaaiingen in de longen. Dat ligt bijvoorbeeld aan hoeveel uitzaaiingen er zijn en hoe groot ze zijn.

Bij weinig uitzaaiingen kunt u soms een operatie, ablatie of bestraling van een uitzaaiing krijgen. Zijn er meer uitzaaiingen in de longen, dan kan de arts ze meestal niet verwijderen. Uw arts kan dan chemotherapie voorstellen om de ziekte te remmen.

Bij het maken van een beslissing over uw behandeling, kunt u de keuzehulp darmkanker gebruiken.

 

Algemene informatie

Algemeen


Over dikkedarmkanker

De dikke darm speelt een rol bij het opnemen van water en zout uit het voedsel. De dikke darm zorgt ervoor dat de ontlasting dikker wordt. Bij dikkedarmkanker zit er een kwaadaardige tumor (kanker) in de dikke darm. 

lees meer

Sluiten

Over dikkedarmkanker

De dikke darm is korter dan de dunne darm. De dikke darm speelt een rol bij het opnemen van water en zout uit het voedsel. De dikke darm zorgt ervoor dat de ontlasting dikker wordt.

Bij dikkedarmkanker zit er een kwaadaardige tumor (kanker) in de dikke darm. 

De dikke darm bestaat uit:

  • Coecum: dit is het begin van de dikke darm. Het heeft een klein aanhangsel, de blindedarm (appendix). 
  • Colon: Dit is het langste gedeelte van de dikke darm. Dit gedeelte van de darm wordt onderverdeeld in verschillende delen. 
    • Colon ascendens: het deel dat omhoog gaat aan de rechterkant van de buik
    • Colon transversum: het horizontale deel van de dikke darm.
    • Colon descendens: het deel van de darm dat naar beneden gaat aan de linkerkant van de buik
    • Sigmoïd: het laatste deel van de dikke darm voor het overgaat in de endeldarm. Dit laatste deel heeft de vorm van een S.

 

Diagnosefase

Diagnose-onderzoek


Diagnose-onderzoeken

Tijdens de diagnostische fase wordt onderzocht of u dikkedarmkanker heeft. Dikkedarmkanker wordt vaak ontdekt via het bevolkingsonderzoek (BVO) of bij klachten zoals: 

  • U ziet bloed in uw ontlasting.
  • Uw ontlasting verandert: u moet vaker of juist minder vaak naar het toilet.
  • U heeft het gevoel dat u naar het toilet moet, maar er komt niets.
  • Bloedarmoede bij bloedverlies in uw darm.

Extra onderzoek kan nodig zijn om zeker te weten of iemand dikkedarmkanker heeft.


Sluiten

Diagnose-onderzoeken


Onderzoek Coloscopie

Bij een coloscopie bekijkt de arts het slijmvlies van uw dikke darm en soms ook het laatste stuk van de dunne darm. naar pagina

Onderzoek CT-scan dikke darm

Een CT-scan kan afwijkingen in de dikke darm (zoals poliepen of tumoren) aantonen.

naar pagina

Onderzoek Bloedonderzoek

Er zijn verschillende redenen om uw bloed te onderzoeken. Met bloedonderzoek kunnen we uw bloedwaarden meten. Ook kunnen we zien hoe een ziekte verloopt of hoe uw lichaam op een behandeling reageert.

naar pagina

Bloedonderzoek CEA (Carcino-Embryonaal Antingeen)

Bij darmkanker (en ook bij sommige andere kankersoorten) kunnen de CEA-waarden in het bloed hoger worden. Daarom noemen artsen CEA een tumormarker. Deze waarde van CEA wordt gebruikt om na de operatie te controleren of er mogelijk sprake is van terugkeer van de ziekte. 

Uitslagfase

Uitslag


Multidisciplinaire overleg (MDO)

Iedere week komt het behandelteam samen. Zij bespreken de uitslagen van de onderzoeken die uw specialist heeft gedaan.

lees meer

Sluiten

Multidisciplinaire overleg (MDO)

Iedere week komt het behandelteam samen. Zij bespreken de uitslagen van de onderzoeken die uw specialist heeft gedaan.

Het behandelteam bestaat uit verschillende artsen en zorgverleners, zoals: radiologen, chirurgen, oncologen, maag-darm-leverartsen (MDL-artsen), pathologen, artsen in opleiding, verpleegkundig specialisten en  casemanagers/oncologieverpleegkundigen.

Op basis van de uitslagen wordt duidelijk of u darmkanker heeft of niet. Als het darmkanker is, bespreekt het team welke behandelingen mogelijk zijn.

De uitkomst van dit overleg is een advies voor een behandelplan. Soms is extra onderzoek nodig om een goed advies te kunnen geven. Bent u verwezen vanuit een ander ziekenhuis? Dan krijgt uw medisch specialist na het overleg een terugkoppeling.

U bent zelf niet bij dit overleg aanwezig. Dat komt omdat er meerdere patiënten tegelijk worden besproken en het overleg medisch inhoudelijk is. Uw eigen arts bespreekt later met u wat er is besloten.


Uitslaggesprek

Na het kijkonderzoek (endoscopie) bespreekt de maag-darm-leverarts (MDL-arts) de uitslag met u. Tijdens het uitslaggesprek kunt u ook vragen stellen.

lees meer

Sluiten

Uitslaggesprek

Na het kijkonderzoek (endoscopie) bespreekt de maag-darm-leverarts (MDL-arts) de uitslag met u. Als er sprake is van een kleine oppervlakkige tumor, kan de MDL arts deze in sommige gevallen volledig verwijderen en is de behandeling hiermee klaar. Als extra onderzoek of behandeling nodig is, verwijst de arts u naar de afdeling Heelkunde. We vertellen u ook wat er in het multidisciplinair overleg (MDO) is besproken.

De dag na het onderzoek belt de casemanager u. U hoort dan of u nog een CT-scan, MRI of bloedonderzoek krijgt en of er nog een gesprek met de chirurg volgt. Tijdens het gesprek met de chirurg worden de resultaten besproken. U krijgt uitleg over de mogelijke behandelingen. Samen met de chirurg kunt u beslissen over de volgende stappen. De casemanager is ook bij dit gesprek aanwezig.

De casemanager Heelkunde Oncologie helpt mensen met kanker. De casemanager regelt uw afspraken en eventuele onderzoeken. U kunt de casemanager bellen als u vragen of zorgen heeft. Na het eerste gesprek krijgt u een welkomstbericht via MijnRadboud. Daarin staat hoe u contact kunt opnemen.

Tijdens het uitslaggesprek kunt u ook vragen stellen. U bespreekt samen met de chirurg welke behandeling het beste bij u past. Het is verstandig om iemand mee te nemen naar dit gesprek. Zo kunt u samen alles goed onthouden en bespreken.

 


Samen beslissen

Als u bij een arts bent voor een behandeling of onderzoek, komt u vaak voor een beslissing te staan. Een operatie, medicijnen, of toch liever nog even wachten? Doorbehandelen of stoppen? Meerdere opties zijn mogelijk, maar welke past het beste bij u?

naar pagina

Behandelfase

Afspraken ter voorbereiding op de operatie


Voorbereiding op uw opname

Als u een operatie aan uw dikke darm krijgt, komt u daarvoor in het ziekenhuis. Ter voor­bereiding krijgt u meestal een gesprek met een oncologie­verpleegkundige van de afdeling Chirurgische Oncologie. 

lees meer

Sluiten

Voorbereiding op uw opname

Als u een operatie aan uw dikke darm krijgt, komt u daarvoor in het ziekenhuis. Ter voorbereiding krijgt u meestal een gesprek met een oncologieverpleegkundige van de afdeling Chirurgische Oncologie. 

Voor dit gesprek krijgt u van de casemanager een folder met alle belangrijke informatie over uw opname.

U kunt kiezen:

  • Een afspraak in het ziekenhuis: U neemt plaats in de groene stoelen op het poliplein Heelkunde (route 725). De oncologie-verpleegkundige roept u daar op.
  • Een afspraak via videobellen: U krijgt van tevoren uitleg over hoe dit werkt.

Tijdens het gesprek kunt u al uw vragen stellen. U spreekt met de verpleegkundige van de afdeling waar u wordt opgenomen. De verpleegkundige bespreekt met u wat u kunt verwachten en helpt u bij onzekerheden.


Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie, krijgt u verdoving (anesthesie). Soms is verdoving ook nodig bij een behandeling of onderzoek. Verdoving zorgt ervoor dat u geen pijn voelt tijdens de operatie of behandeling.

lees meer

Fit4surgery

Het programma Fit4Surgery helpt u om fitter te worden vóór uw operatie. Hoe beter uw conditie is, hoe groter de kans dat u goed herstelt na de operatie. Het programma bestaat uit oefeningen om sterker te worden, advies voor gezonde voeding, mentale begeleiding en hulp bij het stoppen met roken en alcohol.

lees meer

Behandelingen


Operaties bij dikkedarmkanker

Bij kanker in de dikke darm is meestal een operatie nodig. Tijdens deze operatie haalt de chirurg de tumor weg. Ook wordt een deel van de dikke darm verwijderd. Daarbij worden de lymfeklieren en bloedvaten die bij dat deel van de darm horen, meegenomen. Welke operatie u krijgt, hangt af van de plaats van de tumor en van hoe groot en uitgebreid de tumor is.


Sluiten

Operaties bij dikkedarmkanker


Chemotherapie

In sommige situaties is het nodig om vóór de operatie (neo-adjuvant) of na de operatie (adjuvant) chemotherapie te geven. Dit wordt besproken in het multidisciplinair overleg. 

naar pagina

Hemicolectomie

Hemicolectomie is een operatie waarbij een deel van de dikke darm wordt weggehaald.

lees meer

Sluiten

Hemicolectomie

Hemicolectomie is een operatie waarbij een deel van de dikke darm wordt weggehaald. De dikke darm bestaat uit drie delen: de rechterkant, het midden en de linkerkant.

Afhankelijk van waar de tumor zit, haalt de arts het zieke deel weg:

  • Zit de tumor rechts? Dan heet de operatie hemicolectomie rechts.
  • Zit de tumor links? Dan heet het hemicolectomie links.
  • Zit de tumor in het midden? Dan heet het een colontransversum resectie.

Na het weghalen van het zieke stuk darm, maakt de arts de twee uiteinden van de darm in de meeste gevallen weer aan elkaar vast. Zo ontstaat er een nieuwe verbinding in de darm.

 


Sigmoïdresectie

De chirurg haalt bij sigmoïdresectie een deel van het laatste stuk van de dikke darm weg. 

lees meer

Sluiten

Sigmoïdresectie

Een sigmoïdresectie is een operatie aan de dikke darm. De chirurg haalt dan een deel van het laatste stuk van de dikke darm weg. Dit deel heet het sigmoïd. Het sigmoïd is een bocht in de darm die eruitziet als een S-vorm.

Na het weghalen van het zieke stuk, maakt de chirurg de gezonde delen van de darm weer aan elkaar vast. Zo kan de darm weer goed werken.

Soms legt de chirurg een stoma aan. Dit gebeurt als het technisch niet mogelijk is om de darm weer aan elkaar te maken of als de arts dit te riskant vindt.


(Sub)totale colectomie

Bij een (sub)totale colectomie haalt de chirurg de hele dikke darm weg.

lees meer

Sluiten

(Sub)totale colectomie

Bij een (sub)totale colectomie haalt de chirurg de hele dikke darm weg. Daarna wordt de dunne darm vastgemaakt aan de endeldarm (dat is het laatste stukje van de darm). Bij een totale colectomie haalt de chirurg niet alleen de dikke darm weg, maar ook een deel of soms de hele endeldarm.

Als er nog genoeg endeldarm over is, wordt de dunne darm daarop aangesloten. Is er te weinig endeldarm over? Dan krijgt de patiënt een stoma van de dunne darm. Dit heet een ileostoma. De ontlasting komt dan via een opening in de buik in een zakje terecht.


Behandeling Stoma

Een stoma is een kunstmatige uitgang voor ontlasting en/of urine. Een stoma moet worden aangelegd wanneer de ontlasting en/of urine het lichaam niet langs de natuurlijke weg kan verlaten. Ook kan het nodig zijn om na een darmoperatie de darm rust te geven. naar pagina

Complicaties

Soms kunnen er na de operatie aan de dikke darm problemen ontstaan. 

lees meer

Sluiten

Complicaties

Soms kunnen er na de operatie aan de dikke darm problemen ontstaan: 

  • Wondinfectie: De wond van de operatie kan gaan ontsteken. U kunt dan last krijgen van roodheid, pijn, zwelling of koorts. 
  • Abces in de buik: Soms hoopt er zich pus op in de buik. Dit heet een abces. U kunt dan koorts, buikpijn en een zwelling krijgen.
  • Lekkage in de darm: Bij een darmoperatie wordt de darm weer aan elkaar vastgemaakt. Soms lekt er op die plek vocht of ontlasting in de buik. Dit kan zorgen voor een ernstige ontsteking.
  • Bloedstolsels (trombose of longembolie): Na de operatie heeft u meer kans op een bloedprop in uw bloed (trombose). Als zo'n prop naar de longen gaat heet dat een longembolie. Daarom is het belangrijk om snel weer te gaan bewegen. U krijgt ook spuitjes met bloedverdunners om dit te voorkomen.
  • Darmen werken minder goed: Na de operatie kan uw darm tijdelijk of blijvend minder goed werken. U kunt dan last krijgen van diarree of verstopping.

Uitgezaaide dikkedarmkanker


Behandeling uitgezaaide dikkedarmkanker

Darmkanker kan uitzaaien naar andere plekken in het lichaam. Naar de lymfeklieren in de buurt van de tumor of naar andere plekken in het lichaam, bijvoorbeeld naar de lever.

lees meer

Sluiten

Behandeling uitgezaaide dikkedarmkanker

Darmkanker kan uitzaaien naar andere plekken in het lichaam. Naar de lymfeklieren in de buurt van de tumor of naar andere plekken in het lichaam, bijvoorbeeld naar de lever.

Uitzaaiingen zijn kankercellen die zijn losgekomen van de tumor en ergens anders in het lichaam terechtgekomen zijn. Een ander woord voor uitzaaiingen is metastasen.

Vaak komen uitzaaiingen van darmkanker eerst in de lymfeklieren terecht. Later kunnen ook uitzaaiingen in andere organen ontstaan, bijvoorbeeld in de lever, longen of op het buikvlies. 

 


Uitzaaiingen van dikkedarmkanker in de lever

De meeste mensen met uitgezaaide dikkedarmkanker hebben uitzaaiingen in de lever. Zijn er uitzaaiingen in de lever, dan heeft u geen leverkanker. Het zijn darmkankercellen in de lever.

lees meer

Sluiten

Uitzaaiingen van dikkedarmkanker in de lever

Uitzaaiingen in de lever komen veel voor bij dikkedarmkanker. De meeste mensen met uitgezaaide dikkedarmkanker hebben uitzaaiingen in de lever. Zijn er uitzaaiingen in de lever, dan heeft u geen leverkanker. Het zijn darmkankercellen in de lever.

Uw arts vertelt welke behandeling u kunt krijgen bij uitzaaiingen in de lever. Dat ligt bijvoorbeeld aan hoeveel uitzaaiingen er zijn en hoe groot ze zijn.

Als er niet veel uitzaaiingen zijn, dan kunt u soms ablatie, gerichte bestraling of een operatie van een uitzaaiing krijgen. Zijn er meer uitzaaiingen in de lever, dan kan de arts ze soms niet verwijderen. Uw arts kan dan chemotherapie voorstellen om de ziekte te remmen. Soms is na chemotherapie alsnog een lokale behandeling zoals ablatie of operatie mogelijk.

Bij het maken van een beslissing over uw behandeling, kunt u de keuzehulp darmkanker gebruiken.


Uitzaaiingen bij dikkedarmkanker op andere plekken

Dikkedarmkanker kan ook uitzaaien naar het buikvlies, longen of andere plekken in het lichaam. 

lees meer

Ablatie bij uitzaaiingen in de lever

Bij uitzaaiingen in uw lever kunt u soms een ablatie krijgen. Dan gebruikt de arts hitte om de kankercellen te doden. 

naar pagina

Opname

Uw opname


Uw opname

Voor uw operatie wordt u opgenomen op de afdeling Chirurgische Oncologie, C5. 

naar pagina

Uw opname bij het Radboudumc

Wordt u binnenkort opgenomen op een van onze verpleegafdelingen? Of bent u met spoed opgenomen? Dan komt er veel op u af. Lees hier informatie over het voorbereiden op een opname, de opnamedag, uw verblijf en uw ontslag.

naar pagina

Begeleiding door diëtist

Tijdens uw opname komt de diëtist bij u langs voor voedingsadviezen. 

naar pagina

Nazorgfase

Nazorg en controle


Naar huis

Hoe lang u in het ziekenhuis blijft, hangt af van de soort operatie. De chirurg bespreekt met u hoeveel dagen u ongeveer opgenomen wordt. Als de artsen en verpleegkundigen vinden dat u genoeg bent hersteld wordt dit met u besproken en mag u naar huis.

lees meer

Sluiten

Naar huis

Hoe lang u in het ziekenhuis blijft, hangt af van de soort operatie. De chirurg bespreekt met u hoeveel dagen u ongeveer opgenomen wordt. Als de artsen en verpleegkundigen vinden dat u genoeg bent hersteld wordt dit met u besproken en mag u naar huis.

Controle na de operatie

Tien tot twaalf dagen na de operatie komt u terug voor een controle-afspraak op de polikliniek Heelkunde. U krijgt dan ook de uitslag van het weefselonderzoek. U hoort dan ook of er eventueel nog een nabehandeling wordt geadviseerd. Deze afspraak kan vaak ook via een videogesprek worden ingepland. Als u thuiszorg nodig heeft, regelt de verpleegafdeling dit voor u.

Herstel

Hoe snel u herstelt, hangt af van de operatie, uw ziekte en hoe u zich voelt. Meestal wordt de wond gesloten met hechtingen onder de huid. Deze lossen vanzelf op en hoeven niet verwijderd te worden. Na een buikoperatie moet de wond goed kunnen genezen. U krijgt hierover uitleg tijdens het ontslaggesprek op de verpleegafdeling. 

Wanneer contact opnemen?

Neem contact op met het ziekenhuis als u thuis één of meer van deze klachten krijgt:

  • Steeds meer pijn
  • Koorts
  • Misselijkheid of overgeven
  • Twee dagen geen ontlasting

De eerste 8 dagen na ontslag uit het ziekenhuis kunt u bellen met de verpleegafdeling.
Na deze 8 dagen kunt u op werkdagen tussen 08.00 en 15.30 uur contact opnemen met uw casemanager of uw eigen huisarts. Buiten deze tijden adviseren wij u te bellen met de huisartsenpost.

De chirurg stuurt uw huisarts een brief over uw behandeling en hoe het met u gaat.

 


Nazorg

Na uw behandeling blijft u 5 jaar onder controle. U komt dan regelmatig bij de verpleegkundig specialist, die goed samenwerkt met uw arts.

lees meer

Sluiten

Nazorg

Na uw behandeling blijft u 5 jaar onder controle. U komt dan regelmatig bij de verpleegkundig specialist, die goed samenwerkt met uw arts. Deze periode noemen we nazorg of follow-up. Het is bedoeld om te kijken hoe het met u gaat en of er geen klachten terugkomen. U krijgt dan weer bloedonderzoek, een CT-scan of coloscopie. Uw verpleegkundig specialist zal met u bespreken welke onderzoeken nodig zijn.  

Na 1 jaar kunnen de controles in het ziekenhuis plaatsvinden, maar soms kan het ook thuis op afstand. Bijvoorbeeld via telefoon of beeldbellen.


Het LAR-syndroom

Het LAR-syndroom is een verzamelnaam voor klachten die kunnen ontstaan na een endeldarmoperatie of operatie van het sigmoïd (S-bocht van de dikke darm). Soms is hier ook bestraling en/of chemotherapie aan voorafgegaan.

naar pagina

Leefregels na ontslag

U bent opgenomen (geweest) op een van de verpleeg­af­de­lingen van het Radboudumc. Op deze pagina vindt u informatie en leefregels over de periode na de operatie. Het belangrijkste advies is: “Luister goed naar uw lichaam”.

naar pagina