Over de operatie

Een longoperatie kan nodig zijn om verschillende redenen. In het Radboudumc wordt u rondom een longoperatie begeleid door een team van deskundigen.

lees meer

Over de operatie

In het Radboudumc wordt u rondom een longoperatie begeleid door een team van deskundigen. De operaties worden uitgevoerd door onze cardio-thoracaal chirurgen in nauwe samenwerking met onze longartsen. De narcose- en pijnbehandeling wordt begeleid door onze cardio-anesthesiologen en onze fysiotherapeut ondersteunt u met het voorbereiden op - en het herstel na - de operatie.
De periode rondom een longoperatie is vaak een hectische, moeilijke periode. Om u – en uw naasten- zo goed mogelijk hierin te ondersteunen, zijn onze verpleegkundig specialisten longchirurgie en/of physisian assistant gedurende de hele periode rondom de operatie uw directe aanspreekpunt.

Maak hieronder verder kennis met ons team en lees meer over de verschillende soorten operaties die wij uitvoeren in het Radboudumc.

De ligging, bouw en functie van de longen

De rechter- en linkerlong bevinden zich in de borstkas aan weerszijden van het hart. De rechterlong bestaat uit drie longkwabben, de linker uit twee kwabben. De long is omgeven door een longvlies. Het gebied tussen de beide longen wordt het mediastinum genoemd. Hierin liggen het hart, de luchtpijp, de slokdarm, bloedvaten, zenuwen, lymfeklieren en lymfevaten.
De lucht die u via uw neus of mond inademt, bereikt uw luchtpijp via de keelholte. De luchtpijp splitst zich in twee grote vertakkingen. Elke vertakking gaat naar een long en splitst zich in steeds kleinere luchtpijpjes, die uitmonden in de longblaasjes. De functie van de longen is zuurstof opnemen.

Waarom een longoperatie?

Een longoperatie kan nodig zijn om verschillende redenen. Het kan gaan om:

Ook kan het zijn dat er een operatie wordt uitgevoerd in de borstkas voor het stellen van een diagnose of voor behandeling van:


Contact

Afdeling Longziekten

Longziekten
(024) 361 45 79

Dekkerswald
(024) 361 11 11
contact

Onderzoek voor de operatie

In geval van (verdenking op) longkanker kan het nodig zijn om voorafgaand aan een longoperatie eerst onderzoek te doen naar de lymfeklieren in de borstkas (links en rechts naast de luchtpijp).

lees meer

Onderzoek voor de operatie

In geval van (verdenking op) longkanker kan het nodig zijn om voorafgaand aan een longoperatie eerst onderzoek te doen naar de lymfeklieren in de borstkas (links en rechts naast de luchtpijp).
Dit onderzoek kan nodig zijn om meer zekerheid te hebben of er uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn.
  • Als er in deze lymfeklieren uitzaaiingen worden gevonden, dan is een operatie meestal niet zinvol.  In dat geval bespreekt uw arts een andere behandeling met u. Meestal bestaat deze dan uit een combinatie van chemotherapie, radiotherapie en immunotherapie. Lees hier meer over de behandelmogelijkheden bij longkanker
  • Als er geen uitzaaiingen gevonden worden, kan de longoperatie doorgaan.
Het onderzoek naar de lymfeklieren kan op verschillende manieren gedaan worden: een EBUS/EUS, een cervicale mediastinoscopie, of beide onderzoeken.

Voorbereiding op de operatie

Voordat u opgenomen wordt in het ziekenhuis voor de geplande longoperatie, plannen we een voorbereidingsochtend. U maakt op deze ochtend kennis met de verschillende mensen uit ons team en krijgt u alle informatie over uw ziekenhuisopname en operatie.

lees meer

Voorbereiding op de operatie

Voordat u opgenomen wordt in het ziekenhuis voor de geplande longoperatie, plannen we een voorbereidingsochtend. Dit noemen we ook wel de preoperatieve polikliniek Longchirurgie. U maakt op deze ochtend kennis met de verschillende mensen uit ons team en krijgt u alle informatie over uw ziekenhuisopname en operatie. 
  • De longverpleegkundige spreekt u eerst. Hij of zij doet controles bij u (temperatuur, bloeddruk, polsslag, lengte, gewicht), maakt meestal een hartfilmpje gemaakt en neemt bloed af. Als het nodig is, maken we nog een afspraak voor een blaastest om uw longfunctie te beoordelen.
  • De longarts spreekt u tegelijk met de anesthesist. De longarts bespreekt het behandelplan. Er worden vragen gesteld over uw huidige gezondheidstoestand. De anesthesist geeft uitleg over de narcose en pijnbestrijding. Vervolgens besluiten we of u fit genoeg bent om de operatie te ondergaan. Soms kan het zijn dat er nog aanvullende onderzoeken nodig zijn: dit leggen we dan aan u uit.
  • De fysiotherapeut ondersteunt u bij het herstel na de operatie. Tijdens de voorbereidingsochtend voert de fysiotherapeut een gesprek met u over de fysiotherapeutische behandeling voor en na de operatie. Het is belangrijk om goed te kunnen doorademen en hoesten na de operatie om complicaties te voorkomen. De fysiotherapeut komt na de operatie dagelijks bij u langs om te oefenen totdat u dit zelfstandig kunt. Na alleen een mediastinoscopie is fysiotherapeutische begeleiding niet standaard.
  • De (cardio-thoracaal) chirurg geeft u uitleg over de ingreep en eventuele complicaties.
  • De verpleegkundig specialist neemt alle informatie van de ochtend nog eens met u door. Als u en/of uw naasten nog vragen hebben, dan kunt u deze aan de verpleegkundig specialist stellen. Ook stelt hij of zij u een aantal vragen over uw lichamelijke en psychische conditie. U krijgt ook nog aanvullende (praktische) informatie over de operatie.
  • De research verpleegkundige spreekt u over wetenschappelijk onderzoek rondom de operatie: deelname is altijd vrijwillig.
Lees meer over wetenschappelijk onderzoek van de afdeling Longziekten

Houd er rekening mee dat deze ochtend zo’n 3 uur in beslag neemt. U krijgt veel informatie: het is daarom verstandig om u tijdens alle gesprekken iemand uit uw naaste familie- of vriendenkring mee te nemen.

Wat kunt u zelf al doen voor de operatie?

Voor een goed herstel van een operatie is het belangrijk om in een zo goed mogelijke conditie te zijn. Hierbij zijn stoppen met roken, geen alcohol drinken, goede voeding en voldoende bewegen belangrijk.

Longkanker

De afdelingen Longziekten, Radiotherapie, Cardio-thoracale Chirurgie en Medische Oncologie werken nauw samen op het gebied van longkanker. Ook werken we binnen de regio samen met onze partnerziekenhuizen. Onze uitdaging is om élke patiënt met longkanker de beste persoonlijke behandeling te bieden.

lees meer

Verloop van de opname en operatie

Over het algemeen staat het operatieplan van tevoren vast, maar er kunnen omstandigheden zijn die een aanpassing gedurende de operatie noodzakelijk maken.

lees meer

Verloop van de opname en operatie

Uw opname

Voor de geplande longoperatie wordt u over het algemeen een dag van tevoren opgenomen op onze verpleegafdeling. Op de afdeling wordt u gezien door de physisian assistant of de afdelingsarts (een longarts in opleiding). Hij of zij controleert nogmaals of alle afspraken die gemaakt zijn tijdens de beoordeling op de preoperatieve polikliniek goed zijn uitgevoerd en checkt eventuele uitslagen van aanvullende testen en de medicatie.
De afdelingsverpleegkundige geeft u uitleg over de afdeling. Soms moet hij of zij nog een extra bloedafname doen om uw bloedgroep dubbel te checken. Daarnaast geeft de verpleegkundige u uiteg over het nuchter zijn en de voorbereidingen voorafgaand aan de operatie (douchen met desinfecterende zeep en het gebruik van een desinfecterende neuszalf). Ook hoort u bij de opname hoe laat de operatie de volgende dag gepland staat.
De duur van de opname varieert per ingreep. Een inschatting hiervan wordt met u besproken op de voorbereidingsochtend. Tijdens de opname bespreken we bij de dagelijkse visite uw ‘streefontslagdatum’.
Zo kunt u – samen met uw naasten – zich voorbereiden op het ontslag.

Soorten operaties

Over het algemeen staat het operatieplan van tevoren vast, maar er kunnen omstandigheden zijn die een aanpassing gedurende de operatie noodzakelijk maken. De chirurg bespreekt dit met u tijdens het gesprek over de operatie.

lees meer

Soorten operaties

Over het algemeen staat het operatieplan van tevoren vast, maar er kunnen omstandigheden zijn die een aanpassing gedurende de operatie noodzakelijk maken. De chirurg bespreekt dit met u tijdens het gesprek over de operatie.
Als de diagnose voor de operatie niet kan worden vastgesteld en het niet duidelijk is of er sprake is van een goed- of kwaadaardige aandoening, dan doen we - als dit mogelijk is - een ‘vriescoupe’ onderzoek. Er wordt dan een stukje weefsel uitgenomen, ingevroren en door de patholoog (de arts die een weefselonderzoek doet) onder de microscoop onderzocht. Hij of zij beoordeelt dan om wat voor weefsel het gaat. U bent dan nog op de operatiekamer onder narcose in afwachting van deze uitslag, die ongeveer een half uur duurt. Afhankelijk van deze uitslag besluiten de cardio-thoracaal chirurg en longarts of het nodig is om één of meerdere longkwabben te verwijderen.


  • Een mediastinoscopie is een kijkoperatie in de ruimte rondom en achter het borstbeen in het bovenste gedeelte van de borstholte. Het is een diagnostisch onderzoek en levert informatie op die nodig is om te kunnen beslissen welke behandeling moet worden geadviseerd. Met een korte open buis met een lichtbron (mediastinoscoop) kan de chirurg, al kijkend door de buis achter het borstbeen komen. Achter het borstbeen ligt het mediastinum, het gebied tussen de rechter- en linkerlong. Hierin liggen het hart, de luchtpijp, de slokdarm en bloedvaten (onder andere de grote lichaamsslagader), maar ook: zenuwen,lymfeklieren en lymfevaten. Met behulp van fijne instrumenten worden door de mediastinoscoop weefselmonsters (biopten) genomen uit de lymfeklieren langs de luchtpijp voor microscopisch onderzoek.
    We verrichten de operatie onder algehele anesthesie (narcose). Via een kleine snede (ongeveer 4 centimeter) vlak boven het borstbeen gaan we langs de voorzijde van de luchtpijp naar binnen (cervicale incisie). Nadat de biopten zijn genomen sluiten we het sneetje in de huid met hechtingen. In sommige gevallen wordt een snede naast het borstbeen gemaakt (parasternale incisie).

    Mogelijke complicaties

    Bij elke ingreep bestaat er een kans op complicaties. Zo zijn er ook bij de mediastinoscopie de normale risico’s op complicaties van een operatie, zoals trombose, longontsteking, nabloeding en  wondinfectie. Daarnaast zijn er nog specifieke complicaties mogelijk:
    • Bloeding. Soms ontstaat er tijdens de operatie een bloeding. Deze bloeding kan bijna altijd zonder verdere uitbreiding van de operatie verholpen worden. In sommige gevallen is het nodig om de borstholte open te maken om een bloeding te verhelpen.
    • Bloeduitstorting. Na de operatie kan rond de wond een bloeduitstorting ontstaan. Deze verdwijnt spontaan zonder problemen.
    • Infectie. In zeldzame gevallen ontstaat er een infectie na deze operatie.
    • Heesheid. Soms treedt heesheid op. Dit verdwijnt meestal na enkele weken.


mijnRadboud uw persoonlijke patiënten­dossier

Bij de centrale inschrijfbalie kunt u mijnRadboud activeren. Dit is uw persoonlijke medische dossier dat u online kunt inzien. Met mijnRadboud kunt u bijvoorbeeld afspraken maken of uitslagen inzien.

lees meer

Behandeling Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.

lees meer

Na de operatie

Na de operatie belt cardio-thoracaal chirurg uw familie om uitleg te geven over de ingreep en over de afdeling waar u naartoe bent gebracht. Pijnbestrijding na een longoperatie is erg belangrijk.

lees meer

Na de operatie

Na uw longoperatie

Na de operatie belt cardio-thoracaal chirurg uw familie om uitleg te geven over de ingreep en over de afdeling waar u naartoe bent gebracht. Zodra u voldoende wakker bent, krijgt u ook zelf uitleg over de ingreep.
Bij minder risicovolle ingrepen (mediastinoscopie) mag u, na een korte tijd op de verkoever(uitslaap)kamer terug naar de verpleegafdeling. Bij meer risicovolle ingrepen wordt u de eerste 24 tot 48 uur verpleegd op de extra bewaakte uitslaapkamer (PACU) of Intensive Care (IC). Het kan voorkomen dat u vanwege plaatsgebrek op de PACU, of omdat uw lichamelijke toestand daar om vraagt, naar de IC wordt gebracht. Uw familie kan u op deze beide afdelingen bezoeken. Houd er rekening mee dat er vanwege de rust van de patiënt en de medepatiënten niet meer dan twee bezoekers per patiënt toegelaten worden. We geven informatie aan de contactpersoon van de patiënt. 
De definitieve uitslag van de operatie volgt pas als het verwijderde weefsel is onderzocht door de patholoog. Over het algemeen bent u dan al thuis en maken we hiervoor een poliklinische afspraak.  Dit is in de meeste gevallen ongeveer 2 weken na de operatiedatum.

Pijn en pijnbehandeling

Een longoperatie is vaak pijnlijk. Diep doorademen en hoesten gaat minder goed als u pijn heeft, terwijl diep doorademen en hoesten juist heel belangrijk zijn om een longontsteking te voorkomen. Daarom is het belangrijk dat u goede pijnstilling krijgt en dat u aan de arts en verpleegkundige vertelt hoeveel pijn u heeft. Ook is het van belang dat u de instructies van de fysiotherapeut opvolgt.


Voor een goede pijnbehandeling kiezen we vaak voor een epiduraal katheter (dit is een dun slangetje dat met een ruggenprik in de rug wordt ingebracht), waardoor pijnstillende medicatie gegeven kan worden tijdens en na de operatie. Dit bespreekt de cardio-anesthesioloog met u voor de operatie. De epiduraal katheter blijft ongeveer 3 dagen zitten en wordt dagelijks door iemand van het pijnteam gecontroleerd en nadien verwijderd. Omdat deze katheter de blaasfunctie negatief kan beïnvloeden krijgt u ook een blaaskatheter. Nadat de epiduraal katheter verwijderd is behandelt de zaalarts het verdere pijnbeleid volgens een protocol. Dit zijn vaak tabletten of soms injecties.

Als u naar huis gaat na een longoperatie krijgt u een recept mee naar huis voor de pijnstilling. Het is belangrijk dat u ook de periode thuis een optimale pijnstilling krijgt. Als de pijn onder controle is, kunt u proberen de pijnstilling langzaam af te bouwen. U kunt hiervoor altijd overleggen met de verpleegkundig specialist.


Fysiotherapie na uw longoperatie

Fysiotherapie na een longoperatie richt zich op twee belangrijke dingen: ademhaling en bewegen.

lees meer

Fysiotherapie na uw longoperatie

Fysiotherapie

Fysiotherapie na een longoperatie richt zich op twee belangrijke dingen: ademhalen en bewegen. De fysiotherapeut informeert u over de behandeling op de preoperatieve voorbereidingsochtend. Als dit niet het geval is komt de fysiotherapeut voor de operatie bij u langs op de verpleegafdeling. De behandeling van de fysiotherapeut start op de eerste dag na de operatie. U verblijft dan meestal nog op de verkoeverafdeling (PACU of IC). De eerste dagen komt de fysiotherapeut bij u langs om samen te oefenen. Het is niet nodig om veel pijn te hebben, omdat pijn uw herstel kan vertragen. Het is belangrijk dat u tussendoor ook regelmatig zelfstandig oefent. Als u pijn ervaart bij de oefeningen geeft u dit aan bij de fysiotherapeut, verpleegkundige of arts.

Ademhalingsoefeningen

Na de operatie is het van belang dat de long(en) weer goed ontplooien. Ademhalingsoefeningen helpen hierbij. Met name in de eerste dagen na de operatie kan zich slijm ophopen in de luchtwegen. Dit komt omdat u meer in bed ligt en mogelijk oppervlakkiger ademt. Het is belangrijk om het slijm in beweging te houden en op te hoesten als dat mogelijk is. Dit helpt een longontsteking te voorkomen.

Als u na de operatie problemen ervaart met ademen (gevoel van kortademigheid, onrustige/snelle ademhaling) kan de fysiotherapeut u adviezen geven over een ontspannen en efficiënte ademhaling.

Begeleiding bij het in beweging komen

Vanaf het moment dat u uit bed mag, begeleidt de fysiotherapeut u bij het weer in beweging komen (zitten, lopen en traplopen) zodat u zich thuis zelfstandig kunt redden. Verder geeft de fysiotherapeut u tijdens de opname en in een ontslaggesprek adviezen over de eerste tijd thuis. Deze adviezen gaan over de balans tussen rust en activiteiten en het hervatten van werk, sport en hobby’s.


Het ontslag

Wanneer u voldoende bent hersteld, mag u naar huis om thuis verder te herstellen. De duur van de opname verschilt per ingreep.

lees meer

Het ontslag

Wanneer u voldoende bent hersteld, mag u naar huis om thuis verder te herstellen. De duur van de opname verschilt per ingreep.
In een ontslaggesprek met de arts, physisian assistant en/of de verpleegkundige evalueren we de opname met u. Daarnaast is er aandacht voor de medicatie (o.a. de afbouw van de pijnmedicatie), het verwijderen van de hechting en eventuele wondzorg. De adviezen voor thuis (leefregels) bespreekt de fysiotherapeut met u. U krijgt bij ontslag een brief mee voor de huisarts.
Als er in de thuissituatie vragen of onduidelijkheden zijn, kunt u altijd contact opnemen met de verpleegkundig specialist longchirurgie.

Nazorg voor thuis

Voor het ontslag heeft u met de fysiotherapeut traplopen geoefend. U hoeft thuis geen bed beneden te zetten tenzij de arts dit adviseert. Als tijdens de opname blijkt dat er toch nog meer ondersteuning nodig is dan van tevoren gedacht, kan er thuiszorg aangevraagd worden. Dit bespreekt de verpleegkundige -in overleg met u en uw naasten- al in een vroeg stadium. Tussen de aanvraag, toezegging en realisatie van de thuiszorg zit namelijk een paar dagen. Deze eventuele nazorg en ondersteuning komt ook tijdens de voorbereidingsochtend al aan bod. De verpleegkundig specialist bespreekt dit met u en uw naasten en zet eventueel al dingen in gang.

Poliklinische nazorg

Na de operatie komt u bij ons op de poli (bij de longarts of verpleegkundig specialist) voor een postoperatieve controle en uitslaggesprek. In dit gesprek bespreken we de definitieve uitslag en eventueel het verdere behandelplan. Het is verstandig om bij dit gesprek iemand mee te nemen.
Voorafgaand aan de afspraak maken we er een longfoto, we controleren de wond en bespreken met u het herstel na de operatie. Als het nodig is, bespreken we ook een eventueel revalidatietraject.
Soms wordt vooraf met u afgesproken dat u deze na-controle en/of uitslaggesprek bij uw eigen longarts of behandelaar krijgt.

 

Leefregels na een longoperatie

Eenmaal thuis beseft u waarschijnlijk pas goed wat de operatie voor uzelf, uw naasten, uw werk en uw hobby’s betekent. Hieronder vindt u een aantal belangrijke richtlijnen en adviezen voor de periode na ontslag.

lees meer

Leefregels na een longoperatie

Eenmaal thuis beseft u waarschijnlijk pas goed wat de operatie voor uzelf, uw naasten, uw werk en uw hobby’s betekent. Hieronder vindt u een aantal belangrijke richtlijnen en adviezen voor de periode na ontslag. Deze leefregels gaan vooral over lichaamsbeweging en -verzorging en zijn van toepassing gedurende de periode na ontslag tot het begin van de revalidatie of de eerste polikliniekafspraak. Als u vragen of twijfels heeft neem dan contact op met de verpleegkundig specialist.
Mocht u nog vragen hebben over ‘wat wel en niet mag na een operatie’ dan kunt u deze stellen aan de arts, de verpleegkundig specialist of de verpleegkundige.


  • Het is bekend dat mensen na een (grote) operatie angst en onzekerheid ervaren bij het hervatten van activiteiten. Dit komt onder andere omdat u uw lichaam opnieuw moet leren kennen of omdat u niet zeker bent of u activiteiten weer zonder risico’s kunt doen. Het is belangrijk om activiteiten die u mag doen geleidelijk op te bouwen en zo meer zekerheid en zelfvertrouwen te krijgen. Probeer goed naar uw lichaam te luisteren, grenzen op te zoeken maar deze niet te overschrijden.
     

Onze mensen