Sluiten

Complicaties

Elke operatie heeft risico’s, en welke risico’s dat zijn hangt af van de soort behandeling. Mogelijke complicaties zijn:

  • (Na)bloeding: er kan tijdens of na de operatie bloedverlies optreden.
  • Wondinfectie: de operatiewond kan ontstoken raken.
  • Urineweginfectie: er kan een infectie in de urinewegen ontstaan.
  • Problemen met wondgenezing of urinelekkage: de wond kan minder goed herstellen of er kan urine lekken.
  • Plasproblemen: het plassen kan moeilijker gaan.
  • Urine-incontinentie: uw kind kan urine verliezen. De mogelijke risico’s en bijwerkingen bespreekt de kinderuroloog uitgebreid met u voor de  operatie.
Patiëntenzorg Aandoeningen Niet-syndromale aangeboren afwijkingen aan de urinewegen Zorgpad niet-syndromale aangeboren afwijkingen aan de urinewegen

Algemene informatie


Wat zijn niet-syndromale afwijkingen aan de urinewegen?

Dit zijn op zichzelf staande afwijkingen aan de urinewegen. Ze horen niet bij een syndroom. Op deze pagina gaan we dieper in op twee niet-syndromale afwijkingen aan de urinewegen, waarbij het nierbekken en eventueel ook de urineleider uitgezet zijn.

lees meer

Sluiten

Wat zijn niet-syndromale afwijkingen aan de urinewegen?

Dit zijn op zichzelf staande afwijkingen aan de urinewegen. Ze horen niet bij een syndroom. Op deze pagina gaan we dieper in op twee niet-syndromale afwijkingen aan de urinewegen, waarbij het nierbekken en eventueel ook de urineleider uitgezet zijn. Bij hydronefrose is er sprake van uitzetting van het nierbekken. Bij hydroureteronefrose zijn het nierbekken en de urineleider uitgezet. Bij deze afwijkingen kan ook de blaas betrokken zijn, maar dat is niet altijd zo. 

Oorzaken

Verschillende aandoeningen kunnen zorgen voor uitzetting:

  • UPJ-stenose: vernauwing tussen het nierbekken en de urineleider
  • Vesico-ureterale reflux: terugvloed van urine vanuit de blaas richting de urineleider/nier
  • Ureterocele: cysteuze uitstulping van de urineleider in de blaas
  • (Niet refluerende) Mega-ureter: vernauwing op de overgang tussen urineleider en blaas zonder terugvloed van urine

Deze aandoeningen kunnen we op verschillende manieren ontdekken. Vaak wordt het ontdekt voor de geboorte via de prenatale echografie (13 weken of 20 weken echo).

Klachten na de geboorte

Soms wordt de aandoening pas ontdekt na de geboorte doordat uw kind klachten heeft, zoals:

  • urineweginfecties
  • urineverlies
  • plasproblemen
  • nierfunctiestoornissen
  • pijn

Afhankelijk van de aandoening en de ernst ervan, kan het zijn dat dit te behandelen is met medicijnen of een operatie, zonder dat uw kind daar verder in het leven klachten van ervaart. Bij andere kinderen blijven er klachten bestaan. Zij hebben dan levenslange controles nodig om de nierfunctie en urinewegen goed te volgen.


Expertisecentrum voor Aangeboren Urogenitale Aandoeningen

Het Radboudumc Expertisecentrum voor Aangeboren Urogenitale Aandoeningen is gespecialiseerd in de zorg voor kinderen die problemen hebben met de nieren, de blaas, de urineleider en de geslachtsorganen.

naar pagina

Diagnosefase

Onderzoeken


Tijdens de zwangerschap

Als er tijdens een echo in de zwangerschap afwijkingen worden gezien aan de nieren, de urineleider of de blaas, krijgt u een extra echo op de afdeling Prenatale Diagnostiek van het Radboudumc/Amalia kinderziekenhuis. Op basis van wat op de echo te zien is, maken we een plan voor rond de geboorte van uw kind. 

lees meer

Sluiten

Tijdens de zwangerschap

Als er tijdens een echo in de zwangerschap afwijkingen worden gezien aan de nieren, de urineleider of de blaas, krijgt u een extra echo op de afdeling Prenatale Diagnostiek van het Radboudumc/Amalia kinderziekenhuis. Op basis van wat op de echo te zien is, maken we een plan voor rond de geboorte van uw kind.

We bespreken met u of de bevalling het best in het Radboudumc Amalia kinderziekenhuis kan plaatsvinden, welke zorg direct na de geboorte nodig is en welke extra onderzoeken daarna nodig zijn.

Na de geboorte zijn er verschillende artsen betrokken bij de zorg voor uw kind. Dat zijn de kinderarts of neonatoloog, de kindernefroloog (een kinderarts die veel weet van nierziekten bij kinderen) en de kinderuroloog (een arts die kinderen met problemen aan de urinewegen behandelt en opereert).


Latere diagnose

Als de aandoening pas later wordt ontdekt, bekijken we welke onderzoeken en behandelingen op dat moment nodig zijn. Artsen stemmen dit af op de situatie van dat moment, zodat uw kind de juiste zorg krijgt.


Onderzoeken

De arts bepaalt welke onderzoeken nodig zijn.

  • Dit onderzoek laat zien hoe de nieren, de urineleiders en de blaas eruitzien. De arts kijkt of de nieren zijn uitgezet, of de urineleiders ook wijder zijn dan normaal, en of er afwijkingen aan de blaas of nieren te zien zijn.

    naar pagina

De uitslag


Uitslaggesprek

De kinderuroloog bespreekt de uitslagen van de onderzoeken en het behandelplan met u.

lees meer

Sluiten

Uitslaggesprek

De kinderuroloog bespreekt de uitslagen van de onderzoeken en het behandelplan. Wat nodig is, hangt af van de diagnose van uw kind.

Mogelijke behandelingen

  • observeren: de arts houdt goed in de gaten hoe het gaat, zonder actieve behandeling.
  • medicijnen: soms zijn medicijnen nodig, zoals onderhoudsantibiotica.
  • operatie: soms is een operatie nodig. Het moment waarop dit gebeurt en het soort operatie hangt af van de aandoening en hoe ernstig deze is.

Na de behandeling blijft uw kind onder controle van de artsen, zodat goed gevolgd kan worden hoe het verder gaat.

Behandelfase

UPJ-stenose


Over de behandeling bij UPJ-stenose

Als de nier minder goed werkt, of als uw kind klachten heeft, is een behandeling nodig. Tijdens de operatie maakt de arts een nieuwe, ruimere verbinding tussen het nierbekken en de urineleider.

lees meer

Sluiten

Over de behandeling bij UPJ-stenose

Als de nier minder goed werkt, of als uw kind klachten heeft door een vernauwing tussen het nierbekken en de urineleider (UPJ‑stenose), is een behandeling nodig.

De operatie (pyelumplastiek)

Tijdens de operatie maakt de arts een nieuwe, ruimere verbinding tussen het nierbekken en de urineleider. Dit kan via een open operatie of via een kijkoperatie. Dit is afhankelijk van de leeftijd van uw kind. Na de operatie heeft uw kind 1 tot 2 dagen een blaaskatheter. Ook blijft er enkele weken een slangetje in de nier zitten, zodat de nieuwe verbinding goed kan genezen. Uw kind blijft na de operatie een paar dagen in het ziekenhuis om te herstellen. Hoe lang dit is, is afhankelijk van zijn of haar herstel en of het een kijkoperatie of 'open' operatie was. Meestal blijft uw kind tussen 2 tot 5 dagen in het ziekenhuis. 

Vesico-ureterale reflux


Over de behandeling bij vesico-ureterale reflux

Welke behandeling nodig is, hangt af van de ernst van de reflux en of uw kind urineweginfecties heeft. De behandeling kan bestaan uit observeren, medicijnen of een operatie.

lees meer

Sluiten

Over de behandeling bij vesico-ureterale reflux

Bij terugvloed van urine vanuit de blaas naar de urineleider of nier (vesico-ureterale reflux) zijn er verschillende behandelmogelijkheden. Welke behandeling nodig is, hangt af van de ernst van de reflux en of uw kind urineweginfecties heeft.

Mogelijke behandelingen

  • Observeren: de arts volgt uw kind goed op, zonder actieve behandeling.
  • Medicijnen: uw kind krijgt onderhoudsantibiotica voor 6–12 maanden of tot uw kind zindelijk is.
  • Operatie: soms is een van deze operaties nodig:
    • kijkoperatie in de blaas, waarbij een pasta wordt ingespoten bij de uitgang van de urineleider om de terugvloed te verminderen (Deflux behandeling). Dit is meestal in dagbehandeling. Dit betekent dat uw kind vaak dezelfde dag weer naar huis mag.
    • een open operatie waarbij de urineleider opnieuw in de blaas wordt gehecht (Ureterimplantatie). Hierbij ligt uw kind een week in het ziekenhuis. Uw kind heeft tijdens de opname een blaaskatheter via de buik. De blaaskatheter voert de urine af en zorgt ervoor dat de blaas kan herstellen van de operatie. In zeldzame gevallen kan er gekozen worden om een blaasstoma aan te leggen, waarbij de blaas direct aan de huid gehecht wordt. Uw kind blijft meestal 7 dagen in het ziekenhuis om te herstellen.

Welke behandeling het beste past, hangt af van de diagnose en van wat u en uw kind belangrijk vinden.

Ureterocele


Over de behandeling bij ureterocele

Bij een cysteuze uitstulping van de urineleider in de blaas (ureterocele) zijn er verschillende manieren om te behandelen. De behandeling kan bestaan uit observeren, medicijnen of een operatie.

lees meer

Sluiten

Over de behandeling bij ureterocele

Bij een cysteuze uitstulping van de urineleider in de blaas (ureterocele) zijn er verschillende manieren om te behandelen. Welke behandeling het beste past, hangt af van:

  • de grootte van de ureterocele
  • of uw kind plasproblemen heeft
  • of er een blokkade van de nier ontstaat
  • of er reflux is 
  • of uw kind urineweginfecties of andere klachten heeft

Mogelijke behandelingen

  • Observeren: de arts volgt uw kind goed op, zonder actieve behandeling. 
  • Medicijnen: uw kind krijgt onderhoudsantibiotica om urineweginfecties te voorkomen.
  • Operatie: soms is een operatie nodig. Dit is een kijkoperatie in de blaas, waarbij de ureterocele met een klein haakmesje wordt ingesneden. Hierdoor kan de uitstulping geen blokkade meer veroorzaken bij de nier of de uitgang van de blaas. Hierna ligt uw kind nog 1-2 dagen in het ziekenhuis om het plassen te observeren. Bij grotere ureteroceles gebeurt deze operatie vaak in de eerste weken na de geboorte. 

Hersteloperatie

Soms is later, rond het eerste levensjaar, nog een grotere, open operatie nodig om de urineleiders en de blaas zo goed mogelijk te herstellen. Daarbij kan het ook nodig zijn dat één of beide urineleiders opnieuw in de blaas worden gehecht. Hierbij ligt uw kind een week in het ziekenhuis, waarbij er ook een blaaskatheter via de buik geplaatst wordt om de urine goed af te voeren en de blaas te laten herstellen. Meestal blijft uw kind 7 dagen in het ziekenhuis om te herstellen. 

Welke behandeling het beste past, hangt af van de diagnose en van wat u en uw kind belangrijk vinden.

Mega-ureter


Over de behandeling bij mega-ureter

Bij een wijde urineleider zonder terugvloed (niet refluerende mega-ureter) zijn er verschillende manieren om te behandelen. De behandeling kan bestaan uit observeren, medicijnen of soms een operatie.

lees meer

Sluiten

Over de behandeling bij mega-ureter

Bij een wijde urineleider zonder terugvloed (niet refluerende mega-ureter) zijn er verschillende manieren om te behandelen. Welke behandeling nodig is, hangt af van de vraag of er een blokkade ontstaat bij de nier en of uw kind urineweginfecties of andere klachten heeft. Soms mondt de urineleider buiten de blaas uit (ectopie). Dit kan zorgen voor een blokkade, maar kan ook leiden tot druppelsgewijs urineverlies bij meisjes.

Mogelijke behandelingen

  • Observeren: de arts volgt uw kind goed op, zonder actieve behandeling.
  • Medicijnen: uw kind krijgt onderhoudsantibiotica om urineweginfecties te voorkomen.
  • Operatie: soms is een operatie nodig.
    • Dit kan een kijkoperatie zijn in de blaas (ballondilatatie), waarbij de vernauwing tussen urineleider en blaas met een ballonnetje wordt opgerekt. Dit gebeurt meestal in dagbehandeling. Er blijft dan tijdelijk een inwendig kathetertje achter, dat later met een kleine kijkoperatie wordt verwijderd.
    • Bij een zeer wijde urineleider bij een jonge baby kan de arts ook kiezen voor een open operatie, waarbij de urineleider losgemaakt wordt van de blaas en tijdelijk op de huid wordt gehecht (ureterocutaneostomie). Uw kind blijft daarna 4-5 dagen in het ziekenhuis om te herstellen.
    • Een andere mogelijkheid is een open operatie waarbij de vernauwing wordt verwijderd en de urineleider opnieuw in de blaas wordt gehecht (ureter-reïmplantatie). Hierbij blijft uw kind ongeveer een week in het ziekenhuis, en wordt er ook een blaaskatheter via de buik geplaatst om de urine goed af te voeren en de blaas te laten herstellen.

Welke behandeling het beste past, hangt af van de diagnose en van wat u en uw kind belangrijk vinden.

Voorbereiding op een operatie


Opname in het Amalia kinderziekenhuis

Als een operatie nodig is, wordt uw kind opgenomen op de verpleegafdeling of dagbehandeling.


Behandeling Anesthesie bij kinderen

Als uw kind een behandeling of onderzoek onder anesthesie krijgt is het belangrijk om hem/haar goed voor te bereiden.

naar pagina

Complicaties

Elke operatie heeft risico’s, en welke risico’s dat zijn hangt af van de soort behandeling.

lees meer

Na de operatie


Direct na de operatie

Direct na de operatie vertelt de kinderuroloog hoe de ingreep is verlopen. Daarna gaat uw kind naar de uitslaapkamer. Zodra uw kind voldoende wakker is, wordt hij of zij naar de dagbehandeling of verpleegafdeling gebracht om verder bij te komen.


Controles tijdens de opname

U maakt tijdens de opname ook kennis met de Physician Assistant (PA). De PA en de kinderuroloog komen tijdens de opname dagelijks langs en vragen hoe het met u en uw kind gaat.

lees meer

Sluiten

Controles tijdens de opname

U maakt tijdens de opname ook kennis met de Physician Assistant (PA). De PA en de kinderuroloog komen dagelijks langs en vragen hoe het met u en uw kind gaat. De PA controleert onder andere hoe het gaat met de medicatie, de voeding en toediening van vocht via het infuus, de ontlasting en of uw kindje goed herstelt van de operatie. De kinderuroloog en PA beoordelen dagelijks het geopereerde gebied en de PA geeft ook de instructies en regelt de recepten voor ontslag.


Naar huis

De kinderuroloog en de kinderarts/PA die samen voor uw kind zorgen, bepalen gezamenlijk wanneer uw kind voldoende is hersteld om naar huis te gaan. Hoelang dit duurt, hangt af van het soort operatie en hoe het gaat met uw kind. Ook het herstel en de leefregels verschillen per operatie.

lees meer

Sluiten

Naar huis

De kinderuroloog en de kinderarts/PA die samen voor uw kind zorgen, bepalen gezamenlijk wanneer uw kind voldoende is hersteld om naar huis te gaan. Hoelang dit duurt, hangt af van het soort operatie dat uw kind heeft gehad en zijn/haar algemene toestand. Bij sommige ingrepen kan uw kind snel naar huis, terwijl bij grotere operaties een langere hersteltijd nodig is.

Herstel en leefregels na de operatie

  • Na een kijkoperatie is meestal enkele dagen rust voldoende.
  • Na grotere operaties wordt geadviseerd om ongeveer 4 weken geen zware of intensieve lichamelijke activiteiten te doen, zodat de wond en de blaas goed kunnen herstellen.

Tijdens de opname krijgt u uitleg over wat u thuis kunt verwachten en waar u op moet letten. U krijgt de leefregels voor uw kind op papier mee bij ontslag.

Contact opnemen

Neem contact op met het ziekenhuis als er sprake is van de volgende situaties:

  • Tekenen van ontsteking van de wond: roodheid, warm, pijnlijk.
  • Er komt bloed uit de wond.
  • Zwelling van het wondgebied neemt over de dagen na ontslag alleen maar toe.
  • Uw kind ontwikkelt koorts (> 38.5 graden) zonder andere aanwijsbare oorzaak.
  • Het wondgebied gaat wijken/ valt open.

Contact bij vragen/ problemen

  • Binnen kantooruren kunt u contact opnemen via de polikliniek kindergeneeskunde 024-3614415 of het telefonisch spreekuur Amalia 024-369875/024-3698786. Vraag naar de dienstdoende arts van het specialisme waardoor uw kind is geholpen.
  • Buiten kantooruren via het centrale nummer Radboudumc 024-3611111 of via de kinderverpleegafdeling 024-3613880.
  • Bij vragen die binnen 3 werkdagen beantwoord kunnen worden, kan u een bericht sturen via “Mijn Radboud”.

Controle en nazorg

Controle


Controle na de operatie

Na 6 weken tot 3 maanden komt uw kind terug voor een controleafspraak bij de kinderuroloog. Voor deze afspraak maakt de kinderradioloog meestal eerst een echografie van de nieren en de blaas.

lees meer

Sluiten

Controle na de operatie

Na 6 weken tot 3 maanden komt uw kind terug voor een controleafspraak bij de kinderuroloog. Voor deze afspraak wordt meestal eerst een echografie van de nieren en de blaas gemaakt door de kinderradioloog. 

Zo kan worden bekeken hoe het herstel verloopt en of de behandeling het gewenste effect heeft. Welke extra onderzoeken daarna nog nodig zijn, hangt af van het type operatie dat uw kind heeft gehad en hoe het herstel verloopt. Soms is alleen een echo voldoende, maar bij andere operaties kan aanvullend onderzoek nodig zijn om de functie van de nieren en de urinewegen goed te beoordelen.

Vervolgafspraken


Vervolgstappen na de behandeling

Meestal vindt de eerste controle na de operatie plaats in het Amalia kinderziekenhuis. Daarna kan het zijn dat de controles plaatsvinden bij de kinderarts in uw eigen regio. Met sommige kinderen gaat het zo goed dat na een aantal controles wordt besloten dat verdere controles niet meer nodig zijn. 

lees meer

Sluiten

Vervolgstappen na de behandeling

Meestal vindt de eerste controle na de operatie plaats in het Amalia kinderziekenhuis. 
Mogelijke vervolgstappen:

  • Ontslag uit zorg: als de echo’s na minimaal 2 jaar normaal of stabiel zijn, uw kind zich goed ontwikkelt in de zindelijkheid en er geen urineweginfecties meer zijn, kan uw kind uit zorg worden ontslagen. Uw kind hoeft dan niet meer voor controle naar het ziekenhuis te komen.
  • Overdracht naar een kinderarts in de eigen regio: wanneer alles stabiel is en het herstel goed verloopt, kunnen de controles in overleg met de kinderarts worden overgenomen door een ziekenhuis dichter bij uw woonplaats. Dit wordt altijd samen met u afgestemd, zodat de zorg goed blijft aansluiten bij de situatie van uw kind.

Welke situatie van toepassing is, hangt af van hoe het met uw kind gaat en hoe de nieren en urinewegen zich ontwikkelen.


Transitie overgang naar 18 jaar

Vanaf de leeftijd van 12 jaar zal worden bekeken of er nog gevolgen zijn van de urologische aandoening voor de lange termijn. Als dat zo is, wordt samen bepaald welke zorgverlener in het volwassen leven het beste past. Dit kan een uroloog of nefroloog zijn, in het Radboudumc of in een ziekenhuis in uw eigen regio. Zo wordt de zorg op een veilige en passende manier voortgezet wanneer uw kind volwassen wordt.

meer informatie